Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

band

betekenis & definitie

band - zelfstandig naamwoord
uitspraak: bend

1. groep van popmuzikanten
♢ de band die hier vanavond optreedt is wereldberoemd

Zelfstandig naamwoord: bend
de band
de bands
het bandje

Synoniemen
muziekgroep, popgroep