Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

aanwezig

betekenis & definitie

aanwezig - bijvoeglijk naamwoord
uitspraak: aan-we-zig

1. wie ergens is
alle leerlingen waren aanwezig vandaag
1. lijfelijk aanwezig
[in levenden lijve]

Bijvoeglijk naamwoord: aan-we-zig
de/het aanwezige ...

Synoniemen
present

Tegenstellingen
absent, ervandoor, weg