Wat is de betekenis van aanwezig?

2026-01-23
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Aanwezig

bn., 1. zich op een bepaalde plaatsbevindend, tegenwoordig (van personen); 2. voorhanden, voorradig, ter beschikking staande (van zaken) dit artikel is niet voorhanden in de winkel, maar wel aanwezig in het magazijn; 3. daar zijnde, aangebroken, zijnde (van een tijdstip, een mogelijkheid, een gelegenheid).

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-23
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

aanwezig

zich ergens bevindend. zich bevindend op de plaats of bij de gebeurtenis waarvan sprake is; zich ergens bevindend. Voorbeelden: Bacteriologisch laboratorium: Hier worden patiëntenmonsters (bloed, urine, feces, liquor, pus, sputum, uitstrijken) onderzocht op aanwezige bacteriën. http://biologisch-medisch.laboratorium.nl/b...