Middeleeuwse en 16de-eeuwse huizen in Haarlem betekenis & definitie

Het brede pand Grote Markt 29 (nu deels horeca) heeft achter de 17de-eeuwse voorgevel met laat-19de-eeuwse onderpui een middeleeuwse kern met restanten van een 13de-eeuwse woontoren en een 14de- of 15de-eeuws voorhuis met houtskelet. De in opzet vermoedelijk (laat-)15de-eeuwse gevel van Grote Markt 11 werd in 1688 gewijzigd in een classicistische klokgevel met frontonbekroning en festoendecoraties, waarschijnlijk in opdracht van Margaretha Bon.

Bij een verbouwing in 1931-'32 heeft men de geveltop herbouwd met behoud van deze details en de laat-gotische deels ronde, deels hol-vierkante colonnetten met natuurstenen consoles en blokken.Van het grote herenhuis Jansstraat 85 werd de zuidelijke helft vermoedelijk midden 15de eeuw gebouwd als uitbreiding van een ouder buurpand met toren op de hoek van de Riviervismarkt. Het overwelfde souterrain was tot de 19de eeuw vanuit het buurperceel (nr. 87) toegankelijk, daarna vanaf de straat. De zaal op de verdieping heeft een met rankenornament beschilderde samengestelde balklaag met korbeelstellen. De in oorsprong ook laat-middeleeuwse noordelijke helft van het pand (samengevoegd 1585) kreeg bij een verbouwing in 1774 voor Librecht Jacobsz Hooreman de huidige gevel met pronkrisaliet in Lodewijk XVI-stijl en diverse interieuronderdelen in Lodewijk XV-vormen. Het in 1906 en 1960 verbouwde en herstelde huis is sinds de restauratie in 1986-'87 opgenomen in het justitiecomplex aan de Jansstraat.

Een in oorsprong laat-15de-eeuwse, maar bij een restauratie in 1959 herbouwde trapgevel heeft Oude Groenmarkt 16. De lijstgevel met winkelpui (circa 1891) van het in 1976 gerestaureerde huis De Vergulde Beker (Oude Groenmarkt 4) verbergt een laatmiddeleeuwse kern met een overwelfde kelder en op de verdieping een samengestelde balklaag met korbeelstellen. De kinderbalken zijn beschilderd met een leliemotief. Het laat-middeleeuwse houtskelet van het diepe huis Grote Markt 21 is zichtbaar gemaakt en aangevuld bij de restauratie (1960-'61). De 18de-eeuwse voorgevel is toen gereconstrueerd met een gebogen fronton en voluten van een pand uit Amsterdam en een ingangspartij van een gesloopt Haarlems pand (Grote Houtstraat 95). Wellicht in de kern nog middeleeuws is het huis Begijnhof 24.

Het diepe huis Goudsmidspleintje 2-3 (gerestaureerd 1976), dat oorspronkelijk ook deel uitmaakte van het begijnhof, bevat achter de midden-18de-eeuwse klokgevel resten van een laat-middeleeuws houtskelet. Het hoekpand Damstraat 19 heeft een midden-18de-eeuwse gevel voor een in de kern waarschijnlijk 16de-eeuws pand. De oude zijgevel aan de Nauwe Appelaarsteeg heeft aan de bovenzijde een uitkragende borstwering op bakstenen consoles. Vermoedelijk nog laat-16de-eeuws is het verdiepingsgedeelte van de smalle voorgevel van Spaarnwouderstraat 108 met uitkragend metselwerk ter hoogte van het verdiepingsvenster. De 17de-eeuwse geveltop is later weer gewijzigd en ook de onderpui is vernieuwd (circa 1920). De in de 17de eeuw en later gewijzigde gevel van Zijlstraat 60 toont bij de kroonlijst nog restanten van 16de-eeuwse pinakels op gebeeldhouwde natuurstenen consoles.

17de-eeuwse huizen

Het stadsbeeld wordt sterk bepaald door 17de-eeuwse trapgevels, veelal gerestaureerd en met een gewijzigde onderpui. In de meeste gevallen zijn deze gevels voorzien van decoratieve natuurstenen blokjes. Tot de meest geprononceerde variant behoren de trapgevels, waarbij de geveltop ter hoogte van de verdiepingsvensters naar voren uitkraagt op geprofileerde korf- of tudorbogen. Deze bogen rusten op natuurstenen consoles, meestal in de vorm van gebeeldhouwde mensen-, sater-, engelen- of dierenkopjes. Bij brede muurdammen bracht men vaak een brede console op twee kopjes aan.

Goede voorbeelden van dit vroeg-17de-eeuwse geveltype zijn te vinden bij Zijlstraat 100, Gedempte Oude Gracht 44 en Zijlstraat 97. Bij de laatste meldt een smalle tekstband boven de vernieuwde onderpui: ‘ick blijf getrou int soet Nederlant, ick wyck nyet af’. De gevelsteen erboven draagt het (opgeschilderde) jaartal 1608. Van hetzelfde type zijn verder de gevels van de buurpanden In 't Bruine Peert (Botermarkt 25; 1609) en Botermarkt 27 (geveldeel onder de bogen vernieuwd). Ook de drie buurpanden Jansstraat 61-63a hebben een uitkragend gevelgedeelte op dubbele consoles. Gezien de aansluitende waterlijsten en de vergelijkbare detaillering zullen deze gevels vrijwel gelijktijdig zijn gebouwd.

De geveltop van nummer 61 is gereconstrueerd in 1928, de trapgeveltoppen van 63 en 63a zijn in de 18de eeuw gewijzigd; nummer 63a heeft een neorenaissance-pui (circa 1895). Soms is het met bogen uitkragende gedeelte behouden bij een gewijzigde topgevel en onderpui, zoals bij Gedempte Oude Gracht 48 (circa 1600), Gedempte Oude Gracht 19 en het huis Dit is in de Toelast (Jansstraat 64; 1609). De verder ingrijpend gewijzigde gevel van Lange Lakenstraat 16 heeft een uitkraging op bogen en consoles behouden ter hoogte van begane grond.

Een tweede variant vormen de trapgevels zonder uitkragingen, die vooral reliëf krijgen door de terugliggende boogvelden boven de vensters. Voor een extra accent zorgen de natuurstenen blokjes, de doorgaande natuurstenen waterlijsten en de toppilaster op console. Het meest karakteristieke voorbeeld van deze variant toont het tot appartementen verbouwde dubbelpand Korte Spaarne 23-31, dat na een brand in 1606 zijn huidige vorm kreeg bij de herbouw in opdracht van brouwer Cornelis Claessen van Rijck. Het rechter pand hoorde in de middeleeuwen bij de brouwerij ‘De Olifant’; de zijgevel (Wijdesteeg) bevat nog middeleeuws metselwerk en een herplaatste gevelsteen met voorstelling van een olifant. Het linker pand werd in 1589 toegevoegd, maar in 1688 weer afgesplitst en was vanaf circa 1900 een tijd in gebruik als magazijn voor de Zuid-Hollandsche Bierbrouwerij. De onderpuien in midden-18de-eeuwse en vroeg-19de-eeuwse vormen zijn teruggebracht bij de restauratie in 1968-'76.

Een goed voorbeeld van een trapgevel met terugliggende boogvelden toont ook het huis De Vos (Donkere Spaarne 56), dat waarschijnlijk kort na 1607 voor brouwer Sijmon Matthijsz werd gebouwd bij brouwerij ‘De Vos’. De overbouwde zijgang gaf toegang tot het bedrijfsgedeelte op het achterterrein. Ook de zolder en de kelder met balkenzoldering op gemetselde poeren waren in gebruik voor de brouwerij, evenals zolder. Midden 18de eeuw heeft men de ingang een travee naar rechts verplaatst. Na de sloop van de brouwerij (circa 1900) diende het pand als pakhuis tot de restauratie in 1971-'72. Andere interessante (gerestaureerde) voorbeelden van dit geveltype zijn Turfmarkt 16, Gedempte Oude Gracht 113, Spaarne 42 en de dubbele gevel van De Hertog van Brandenborch (Damstraat 23; 1610). Apart van opzet door de gekoppelde dubbele toppilaster zijn de gevels van In't Wapen van Maeseyck (Zijlstraat 54; 1610), Zijlstraat 96a en Spaarne 108 (1637).

Minder rijk met natuursteenblokjes bedeeld zijn de gevels van Gedempte Oude Gracht 91 en 93, Bakenessergracht 13, 17, 53, 55 (1609) en 70, Berkenrodesteeg 4 en 6, en Zijlstraat 3 (gekoppelde toppilaster). Een of twee waterlijsten maar geen decoratieve blokjes kenmerken de trapgevels van Spaarnwouderstraat 84, 86 en 114. Nog steeds met terugliggende boogvelden uitgevoerd, maar met weinig natuurstenen blokjes en zonder waterlijsten, zijn de gevels van Gedempte Oude Gracht 106 (gerestaureerd 1946) en Kleine Houtstraat 37 (1609). Bij het laatste verwijst de gevelsteen met de voorstelling van een pelikaan met jongen en de tekst ‘Trou moet Blijcke’ naar de bouwheer (of bewoner) Willem Fransz, die voorzitter was van de rederijkerskamer der Pelikanisten.

In een derde groep kunnen de trapgevels worden geplaatst waarbij de boogvelden niet of nauwelijks verdiept liggen. Van dit type zijn weer zowel de met waterlijsten en decoratieve onderdelen rijk uitgevoerde voorbeelden te vinden, zoals Gedempte Oude Gracht 35 en 41, Smedestraat 16, Spaarne 22 en Koningstraat 1 (circa 1605), als de minder gedecoreerde exemplaren, bijvoorbeeld Klein Heiligland 28-30 en Groot Heiligland 19, en de vrijwel ongedecoreerde gevels met slechts een toppilaster, zoals Burgwal 26 en 70 (1608; gepleisterd) en Korte Wijngaardstraat 12 en 14 (beide circa 1643).

Veel trapgevels zijn later verbouwd tot klokgevel, zoals bij Gedempte Oude Gracht 114 (1609) en Turfmarkt 4, dan wel tot tuitgevel, zoals bij Koudenhorn 22. Enkele trapgevels hebben een halfronde bekroning. Dit is te zien bij Spaarne 90, Donkere Spaarne 50, Grote Houtstraat 110, Kleine Houtstraat 33 (alle met gewijzigde onderpui) en het eenlaagspand Klein Heiligland 44.

Vanaf het midden van de 17de eeuw nam de populariteit van de trapgevel af ten gunste van halsgevels en klokgevels. De mogelijk door Jan Ockesz ontworpen classicistische klokgevel van het rond 1653 gebouwde huis In den Witsenburg (Nassaulaan 16; gerestaureerd 1972) is voorzien van ionische pilasters, een driehoekig fronton en een nis met schelpmotief. Aan weerszijden van de hals bevinden zich scheluw gemetselde boogvensters (oorspronkelijk nissen) in geslepen baksteen. Het in de kern even oude buurpand Nassaulaan 14 heeft bij de restauratie (1972) zijn huidige halsgevel gekregen. Het interieur bevat diverse onderdelen uit de bouwtijd en een uit Doelstraat 41 overgebrachte 17de-eeuwse spiltrap. Een rijk uitgevoerde classicistische halsgevel met corinthische pilasters, siervazen en bekronend gebogen fronton is verder te zien bij Kleine Houtstraat 114 (circa 1650; pui 19de eeuw).

Pilasters zijn ook toegepast bij de klokgevels van Zijlstraat 59 (gepleisterd) en Barteljorisstraat 24; de laatste met corinthische kapitelen, siervazen en guirlandes. Kolossale pilasters heeft De Vergulde Brasem (Barteljorisstraat 12; circa 1660, gerestaureerd 1964). De oorspronkelijke halsgeveltop is in de 18de eeuw vervangen door een klokgevel. Boven de ingang zit een fraai omlijste gevelsteen. Het pand Gedempte Oude Gracht 83 heeft dorische kolossale pilasters. Andere gevels in classicistische vormen zijn bijvoorbeeld de met guirlandes, frontons en siervazen versierde halsgevels van Schagchelstraat 13 (1672; winkelpui circa 1908) en Oude Groenmarkt 14 (circa 1675; pui van restauratie in 1959).

De met guirlandes en gebeeldhouwde ovale zoldervensteromlijstingen uitgevoerde klokgevel met hijsbalk van Zijlstraat 96 heeft zijn fronton verloren voor een kroonlijst. Sobere halsgevels met driehoekig fronton hebben Spaarne 77 en Bakenessergracht 11 (1675). Uit 1688 dateert de gerestaureerde klokgevel van het pand De Gekroonde Hamer (Breestraat 26). Naast de diepe huizen zijn er ook interessante (gerestaureerde) dwarse huizen uit de eerste helft van de 17de eeuw. De negen venstertraveeën brede gevel van Jansstraat 36 is voorzien van natuurstenen banden en terugliggende boogvelden bij de begane grondvensters. Het interieur bevat onder meer een midden-18de-eeuwse behangselschildering met landschap van Jan Augustini, aangebracht in opdracht van Remees Floris van Zanen.

De brede gevel van 't Huis ter Kleeff (Frankestraat 35-37) werd begin 17de eeuw opgetrokken voor twee bestaande panden. De begane grond is rijker uitgevoerd met natuurstenen banden en decoratieve blokjes dan de verdieping. De vroeg-17de-eeuwse brede gevel van Gedempte Oude Gracht 47 heeft een ingangspartij uit 1788 met de alliantiewapens van Johan van Hogendorp en Magdalena Testart. De later gepleisterde gevel van Houtmarkt 7 is in 1608 gebouwd voor twee diepe panden. Een fraaie gevelsteen toont God de Vader, een schip op de woelige baren en de tekst ‘Godt bewaert het schip’. De midden-17de-eeuwse gevel van het dwarse huis Kokstraat 6 is voorzien van met blokjes versierde strekken boven de vensters en heeft een souterrain met opkamer links van de (gewijzigde) ingang. Een aardig rijtje 17de-eeuwse dwarse eenlaagspanden met souterrain is Kerkstraat 14-20.

18de-eeuwse huizen

Het in de kern laat-middeleeuwse huis Damstraat 25 heeft een voorgevel met rechte kroonlijst en zandstenen opzetstuk in Lodewijk XIV-stijl (circa 1720) voorzien van vazen en de alliantiewapens van François Palm en Jacoba Lammers. In de 18de eeuw werden verschillende grote herenhuizen gebouwd, vaak door verbouwing van één of meer 17de-eeuwse panden ter plaatse. Een 17de-eeuwse kern heeft het herenhuis Kruisstraat 45, dat zijn huidige vorm in Lodewijk XIV-stijl kreeg bij een verbouwing in 1725 in opdracht van burgemeester Cornelius Sylvius. De gevel heeft geblokte pilasters, een kroonlijst met zware consoles en een pronkrisaliet bekroond door een weelderig opzetstuk met vazen. Het interieur bevat marmerwerk en stucwerk in Lodewijk XV-stijl in hal en gang. Een kern uit circa 1660 heeft het statige blokvormige patriciërshuis Grote Houtstraat 115, dat rond 1730 zijn huidige uiterlijk kreeg met een pronkrisaliet in Lodewijk XIV-stijl, bekroond door een kleine halsgevel met fronton.

De pelikanen aan weerszijden van deze geveltop herinneren aan het gebruik als sociëteit ‘Trou moet Blycken’ (vanaf 1922) en zijn afkomstig van de voorm. sociëteit aan de Grote Houtstraat. Andere herenhuizen uit de eerste helft van de 18de eeuw met een pronkrisaliet in Lodewijk XIV-stijl zijn Nieuwe Gracht 74 (met fraai stoephek), Kruisstraat 51 (pui gewijzigd) en Zijlstraat 27 (‘Huis Enschedé’). De gevel uit 1738 van het drielaagse huis Spaarne 57 heeft een houten kroonlijst met zandstenen lambrekijns en een ingangsomlijsting in Lodewijk XIV-vormen.

De overgang van de Lodewijk XIVnaar de Lodewijk XV-stijl is zichtbaar bij de kroonlijstconsoles en de detaillering van de ingangsomlijstingen van de herenhuizen Nieuwe Gracht 72 en Nieuwe Gracht 78, en verder bij het pronkrisaliet van het drielaags herenhuis Spaarne 106 (circa 1745) met fraaie vaasvormige schoorstenen van natuursteen. Dit door verbouwing van drie panden tot stand gekomen herenhuis bevat een gang en trappenhuis in Lodewijk XV-stijl. Het samenvoegen van twee oudere panden tot een herenhuis met nieuw front is goed te zien bij Gedempte Oude Gracht 60, waar de daken van de twee samengevoegde bouwdelen nog net zichtbaar zijn boven de kroonlijst. De voorgevel met kolossale pilasters bij de verdiepingen kwam vermoedelijk kort na 1717 tot stand en kreeg rond 1750 het stoephek en pronkrisaliet in Lodewijk XV-vormen. Het stucplafond in de gang is uit circa 1760. Het snijraam van de ingang is in stijl aangebracht bij de restauratie van het pand in 1974-'75.

Het herenhuis Jansstraat 79 werd gebouwd in 1665 voor Abraham Loreijn en rond 1770 voorzien van een pronkrisaliet in Lodewijk XV-vormen in opdracht van Zacharias Steenis. Het huis bevat veel 17de- en 18de-eeuwse interieuronderdelen, waaronder het poortje en de plafondschildering in de hal (1665). Van 1893 tot in de jaren zestig van de 20ste eeuw heeft het pand gediend als bisschoppelijk museum en sinds 1987 hoort het bij het justitiecomplex aan de Jansstraat. Andere voorbeelden van midden-18de-eeuwse herenhuizen met een houten ingangsomlijsting en een kroonlijst met consoles zijn Koudenhorn 32 en Koudenhorn 34. Een ingangsomlijsting in Lodewijk XV-vormen is verder onder meer te vinden bij Jansstraat 55. De gevel van het brede drielaagse patriciërshuis Nieuwe Gracht 13 is voorzien van een hardstenen bordesstoep en een pronkrisaliet en kroonlijst in Lodewijk XV- en Lodewijk XVI-vormen (tweede helft 18de eeuw).

Een combinatie van elementen uit beide stijlen is ook zichtbaar bij de kroonlijst en ingangsomlijsting (met voorstelling van een beer) van Spaarne 11. Het in 1974 gerestaureerde interieur van Groenmarkt 2 bevat een rijk gestuct plafond en schoorsteenmantel in Lodewijk XVI-vormen en een beschilderd behang met symbolische voorstellingen, alle behorend bij een verbouwing in 1773 voor Jacob Nicolaas Elout.

In het midden van de 18de eeuw kregen verschillende Haarlemse gevels een opvallend uiterlijk met behulp van een gelobd gebogen kroonlijst. Bij de uit 1731 daterende gevel van Grote Houtstraat 39 is alleen het middenstuk van de kroonlijst in gelobde vorm verhoogd en voorzien van een schelpdecoratie. Het rond 1616 gebouwde huis 't Vergulde Ossenhoofd (Gedempte Oude Gracht 62) kreeg kort na 1744 de huidige gevel voorzien van een volledig gelobd gebogen kroonlijst met gevleugeld engelenkopje. Het rondvenster in de geveltop wordt omringd door guirlandes (gerestaureerd 1964, winkelpui 1979). Andere volledig gelobd gebogen kroonlijsten met decoratieve consoles en of decoraties zijn te vinden bij Grote Houtstraat 151, Kleine Houtstraat 31 en Zijlstraat 86. Het pand Jansstraat 48 heeft een midden-18de-eeuwse lijstgevel met houten deuromlijsting en een in het midden halfrond gebogen kroonlijst met pseudo-venster.

Uit de eerste helft van de 18de eeuw dateert de halsgevel van Oude Groenmarkt 24 met zijn gebeeldhouwde zijstukken en een in het midden gebogen kroonlijst met Lodewijk XV-kuifstuk (gerestaureerd 1979). Bij de vele 18de-eeuwse klokgevels in de Haarlemse binnenstad waarvan sommige ontstaan door wijziging van een oudere gevel is de gebogen lijstbekroning een veel voorkomend element. Een voorbeeld met kuif toont de met hoekvoluten uitgevoerde klokgevel van Gedempte Oude Gracht 34. Voorbeelden van klokgevels met hoekvoluten en een eenvoudige gebogen kroonlijst zijn die van Bakenessergracht 67, Lange Begijnestraat 26 en Gedempte Raamgracht 69 (1765), en zonder hoekvoluten die van Damstraat 27 (1771). De 17de-eeuwse halsgevel met gebogen fronton van Houtmarkt 17 kreeg begin 18de eeuw rijke decoratieve vazen. Daarnaast zijn er veel topgevels die worden bekroond door een driehoekig of gebogen fronton.

Driehoekige frontons bekronen de sobere halsgevels van Nieuwe Gracht 66-68 en de waarschijnlijk laat-17de-eeuwse rijzige gevel van Grote Houtstraat 104. Van de talloze 18de-eeuwse klokgevels met driehoekige frontonbekroning noemen we Zijlstraat 37 (1747), Grote Houtstraat 136 en Riviervismarkt 19 met hoekvoluten, en Koudenhorn 20, Donkere Spaarne 8-10 en Spaarnwouderstraat 72 zonder hoekvoluten. Bij de op vlucht gebouwde 18de-eeuwse klokgevel van het in de kern 17de-eeuwse huis De Twee Pellegrims (Klein Heiligland 53) is het driehoekige fronton afkomstig van het gesloopte pand Korte Herenstraat 23. De klokgevel met kleine hoekvoluten van Spaarne 28 wordt bekroond door een gebogen fronton. Bij sommige klokgevels bestaat de bekroning uit een halfrond of half ovale afsluiting van het metselwerk, zoals te zien is bij Kruisstraat 31, Lange Hofstraat 10 (gepleisterd) en Spaarnwouderstraat 94.

Een plaats apart verdient het Huis Hodshon (Spaarne 17) [68]. Dit grote U-vormige neoclassicistische herenhuis werd in 1793-'94 gebouwd voor Cornelia Catharina Hodshon naar ontwerp van de Amsterdamse architect Abraham van der Hart. De statige voorgevel heeft een hardstenen rustica onderbouw, zandstenen vensteromlijstingen, een driezijdig vooruitspringend middendeel en een rechte kroonlijst met attiek en een beeld van Pallas Athene. Het zeer goed behouden interieur in Lodewijk XVI-stijl omvat onder meer het trappenhuis, een betimmerde bibliotheek met wit marmeren schoorsteen en rijk stucplafond, en een secretariskamer met schilderingen, geborduurde behangsels en wit marmeren schoorsteen. De Blauwe Zaal heeft wanden met ionische pilasters en gipspanelen met medaillons, en de Etruskische Kamer is voorzien van antieke versieringsmotieven. De sinds 1841 in het huis gevestigde Hollandsche Maatschappij van Wetenschappen voegde in 1903-'04 ter linkerzijde een gehoorzaal met archiefruimte toe, uitgevoerd in rationalistische vormen naar ontwerp van B.J.

Ouëndag en J.F. Klinkhamer.

19de-eeuwse huizen

Willem Philip Barnaart, kamerheer van koning Lodewijk Napoleon en burgemeester van Haarlem liet in 1804-'07 het Huis Barnaart (Nieuwe Gracht 7) [69] bouwen. Abraham van der Hart ontwierp een statige brede empire-gevel met hoge dubbele bordestrap. Het zandstenen middenrisaliet met kolossale ionische pilasters wordt gedekt door een driehoekig fronton met halfrond venster. Aan de achterzijde heeft het huis een driezijdige erkeruitbouw. Van 1880 tot 1940 was het de ambtswoning van de commissaris der koningin in Noord-Holland. Het rond 1942 en in 1991 gerestaureerde gebouw (nu kantoor) is inwendig uitgevoerd in empire-stijl met bovendeurstukken van A. de Lelie, marmer- en stucwerk van J.J.

Martin en marmeren schoorsteenmantels van de firma P.F. Franzi. De met imitatiemarmer beklede Erkerzaal of Grote Eetkamer bevat twee kolomkachels (J. le Febvre Caters et fils). Andere belangrijke vertrekken op de bel-etage zijn de Gouden Zaal met goudgele zijden bespanningen en de Etruskische Kamer met op de Oudheid gebaseerde wandversieringen (J. Kamphuysen). Achter de in 1943 heringerichte tuin staat het koetshuis (Ridderstraat 19-21) uit circa 1780 met zuilenportiek en lantaarn (toegevoegd 1880).

Een neoclassicistische opzet met geblokt gepleisterde onderbouw hebben de herenhuizen Nieuwe Gracht 96 (circa 1870; met fronton) en Gedempte Oude Gracht 104 (circa 1870). Vergelijkbaar van opzet maar aangevuld met eclectische elementen zijn de herenhuizen Schotersingel 1-19 (circa 1880) en Schotersingel 69-75 en 79-85 (circa 1880). Een aardig ensemble vormen de in 1871-'73 aan gebogen rooilijnen gebouwde gebouwde eclectische herenhuizen Ripperdapark 11-23 (gepleisterd) en Ripperdapark 14-30 (ongepleisterd) naar plannen van P. Jung, F.J. Pannekoek en J.E. Vernout. Andere voorbeelden van eclectische herenhuizen zijn Frans Halsplein 1-10 (circa 1880), met balkons gedragen door vrouwenfiguren, en Dreef 24-30 (circa 1885).

Aan de Wilhelminastraat verrezen tussen 1880 en 1885 herenhuizen in rijk uitgewerkte eclectische en neorenaissance-stijl, naar ontwerpen van S. Roog (nrs. 1-17, 24-28 en 56-66), A. van der Steur (nrs. 32-50 en 45-67), J.D. Kaakebeen en J. Bes (nrs. 19-41), en J. Giebels en S. Servellen (nrs. 14-16).

Curieus is de houten geveltop met driepasmotief van het later toegevoegde huis Wilhelminastraat 18 (circa 1890, J. Wolbers). Ook in de omgeving van de Wilhelminastraat verrezen herenhuizen in neorenaissance-stijl, bijvoorbeeld Mauritsstraat 1-11 (circa 1885). Het in 1882 naar een rijk neorenaissance-ontwerp van P. Kleiweg Dyserinck en A.J.C. van Gemund gebouwde dubbele herenhuis Nieuwe Gracht 5-5a is voorzien van pilasters met kariatiden. De gebeeldhouwde wapens van belangrijke Hollandse steden en het provinciewapen (F.

Stracké) herinneren aan het gesloopte huis uit 1695, dat tussen 1823 en 1879 diende als ambtswoning van de commissaris der koningin in Noord-Holland (daarna het buurpand Huis Barnaart). Tegenover de meer internationale uitstraling van Nieuwegracht 5 staat de door Van Gemund ontworpen neorenaissance-gevel van Kleine Houtstraat 48 (1887), waar de vormentaal van de 17de-eeuwse Haarlemse gevels vrij nauwkeurig is nagevolgd. In deze gevel zijn consoles van een gesloopt 17de-eeuws huis aan de Smedestraat hergebruikt. De pui is gereconstrueerd in 1977. Het in 1890 gebouwde neorenaissance-herenhuis Gedempte Oude Gracht 84, dat van 1895 tot 1903 werd bewoond door architect J.A.G. van der Steur, is voorzien van sluitstenen met koppen en gevelstenen met de namen van 17de-eeuwse architecten en kunstenaars. Het in de kern uit 1651 stammende herenhuis Spaarne 29 heeft een neorenaissance-gevel uit 1891 met een hergebruikte laat-18de-eeuwse geblokte deuromlijsting in Lodewijk XVI-vormen.

Andere voorbeelden van herenhuizen in neorenaissance-stijl zijn Dreef 34-36 (1882), Spaarne 62 (1888), Nieuwe Gracht 53 (1890, F.G.N. Haitsma Mulier), Nieuwe Gracht 51 (circa 1895, J. van den Ban) en Dreef 4-6 (circa 1895). Opvallend gedecoreerd in neogotische vormen is het huis Parklaan 1 (circa 1890). De vormgeving van de etagewoningen Maarten van Heemskerckstraat 1-11 (circa 1900) grijpt terug op de Willem II-gotiek.

20ste-eeuwse huizen

Een interessant voorbeeld van jugendstil levert het dubbele woonhuis Koninginneweg 10-10b (circa 1905) voorzien van wit pleisterwerk, rode baksteenbanden en opvallend gedetailleerde geveltoppen met loggia en balustrade. Populair in Haarlem rond 1900 was de Engelse landhuisstijl, waarbij de geveltoppen in pseudo-vakwerk zijn uitgevoerd. Goede voorbeelden hiervan zijn de herenhuizen Zijlweg 267-271 (circa 1900, J. Stuyt), Kleverparkweg 67-83 (circa 1900, J.A.G. van der Steur), Linnaeuslaan 8-12 (circa 1905). Bij de herenhuizen Wagenweg 192-204 (1903-'06, W.F. Doeglas) is een combinatie van pseudo-vakwerkgevels met traditionalistische gevels te zien.

Kenmerkend zijn de tweelaagse erkers van de herenhuizen Kleverparkweg 118-130 (circa 1910). Een mooi ensemble in landhuisstijl vormen de met pseudo-vakwerktoppen uitgevoerde huizen Oranjeplein 9-13 (circa 1910, P. Kuiper en C. van der Leek) en de met tweelaagse erkers uitgevoerde huizen Oranjeplein 30-32 (circa 1910, C. van der Leek). Aan hetzelfde plein staan de herenhuizen Oranjeplein 1-5 (1908, B. Hagen) met ingezwenkte topgevels in Nieuw Historiserende vormen. Dezelfde elementen vertoont ook de inen uitzwenkende zandstenen topgevel van de voorm. atelierwoning Spruitenbosstraat 14 (1907) van de beeldhouwer J.L.

Vreugde. De balkonbalustrade op de verdiepingserker is gebeeldhouwd met voorstellingen van het zaaien, ploegen en oogsten. De met wit gepleisterde verdieping uitgevoerde herenhuizen Van Hogendorpstraat 2-16 (1913-'15, L. Eversdijk en C. van der Leek) hebben deels een zuilengalerij met balkon en deels dakerkers met een driedeling. Een vergelijkbare Nieuw Historiserende detaillering heeft de dokterswoning Iduna (Stolbergstraat 9; circa 1905, H. Korringa). In rationalistische vormen ontworpen is het herenhuis Baan 19 (circa 1910, J.A.G. van der Steur).

Tot de late voorbeelden van neorenaissance behoren de herenhuizen Kleverparkweg 62-70 (circa 1905), met schuin weglopende rooilijn en een hoektorentje met koperen spits, en Schotersingel 67 (1906) met de gevelsteen ‘De Nieuwpoort’. De in vroeg-17de-eeuwse vormen herbouwde gevels van Warmoesstraat 2 en 4 (circa 1904, J.A.G. van der Steur) geven een aardig beeld van de restauratie-opvattingen van die tijd. Warmoesstraat 4 heeft een hergebruikte gevelsteen met voorstelling van de Verloren Zoon (1605). Een combinatie van chaletstijl- en jugendstil-elementen vertonen de herenhuizen Kleine Houtweg 23-31 (circa 1910). De twee blokken zakelijk-expressionistische middenstandswoningen Crayenesterlaan 41-47 en 57-63 (1923-'24, Joh. Brouwer en J.C.

Brand jr.) waren een experimenteel bouwproject met holle betonstenen; de wit geschilderde pleisterlaag is vermoedelijk later toegevoegd. Opvallende expressionistische ontwerpen van A.M.J. Sevenhuijsen zijn het huis Zomerluststraat 15 (1924), met een naar boven schuin uitlopende houten balustrade op de overgang naar het geknikte dak, en de voor dokter R.C. Venema gebouwde dokterswoning Julianastraat 11 (circa 1925). De praktijkruimte met röntgenkamer, laboratorium en spreekkamer bevond zich in het voorste gedeelte met de opvallende schoorsteen; het woonhuis was aan de achterzijde.