Bloemendaal betekenis & definitie

Dorp, ontstaan in de 12de eeuw op een strandwal achter de duinen en oorspronkelijk Aelbertsberg genoemd naar een hier door graaf Floris II gestichte hof (ten westen van Brederodelaan nabij het Meertje van Caprera).

Rond 1550 werd dit hof Huys te Bloemendaal genoemd naar de familie Blommendael, die vanaf begin 16de eeuw eigenaar was van het huis (afgebroken 1746). In de 16de en 17de eeuw ontstonden talrijke linnenblekerijen langs de Bloemendaalseweg, de Kennemerweg en de Brederodelaan. Bij de Herv. kerk (1635) vormde zich een kleine dorpskern. Het langgerekte dorp bestond eigenlijk uit drie buurten: Dorpsbuurt, Kerkbuurt en Voorbuurt. In de loop van de 17de eeuw stichtten kooplieden uit Haarlem en Amsterdam verschillende buitenplaatsen in Bloemendaal. In 18de en 19de eeuw verdwenen de blekerijen en op de vrijgekomen gronden werden nieuwe buitenplaatsen of bloembollenvelden aangelegd. Na 1880 veranderde Bloemendaal in een villadorp, waarbij veel buitenplaatsen werden omgevormd tot villaparken. Na de Tweede Wereldoorlog heeft Bloemendaal zich verder ontwikkeld als forensendorp.

Gepubliceerd op 26-05-2017