Begraafplaatsen in Alkmaar betekenis & definitie

In de Alkmaarderhout liggen drie begraafplaatsen.

De in 1747 in gebruik genomen Isr. begraafplaats (Westerweg 107) bezit een in jugendstil-vormen ontworpen smeedijzeren toegangshek (1902, C.J. Ooms) en een metaarhuis (1923) naar plannen van P.N. Leguit. In 1829 werd op het toenmalige exercitieveld de Alg. begraafplaats (Westerweg 250) aangelegd in landschapsstijl naar plannen van J.D. Zocher jr. en stadsbouwmeester W. Hamer. Kenmerkend is de slingerende waterpartij met kneppelbruggen. Het poortgebouw met baarhuis en wachtkamer is een wit gepleisterd streng-neoclassicistisch (neo-Grec) gebouw met een doorgang voorzien van dorische zuilen zonder basement. In dezelfde stijl uitgevoerd zijn de dienstwoningen Westerweg 248 en 252 (circa 1829) aan de uiteinden van het ijzeren hekwerk dat is voorzien van eikenbladmotief en omgekeerde brandende toortsen (circa 1860). In 1886 werd wegens ruimtegebrek een deel van de slingerende waterpartij gedempt. Verdere uitbreidingen van de begraafplaats vonden plaats in 1894, 1917 en 1998. Voor de bouw van de aula (1950) is wederom een deel van de waterpartij gedempt. Bijzondere graftekens zijn de grafkelder voor burgemeester G. Fontein Verschuir († 1838), de aedicula voor J. Meiboom († 1898), de obelisk op postament voor H. Jansen († 1908), evenals de graven van C. Edel († 1909) en architect D. Saal († 1945) en het door T. Visser gemaakte grafteken voor verzetstrijder F.J. Haverkamp († 1945). Katholieken werden in een afzonderlijk gedeelte van de Alg. begraafplaats begraven tot de stichting van de R.K. begraafplaats St. Barbara (Pr. Bernhardlaan ong.) in 1887. Het gietijzeren toegangshek is voorzien van een gevleugeld zandlopermotief. De centraal gesitueerde neoromaanse begraafplaatskapel (circa 1890) heeft een driezijdige koorsluiting en een achtzijdige geveltoren met naaldspits en hoektorentjes.

Gepubliceerd op 22-05-2017