Algemeen Rijks Entrepotdok in Amsterdam betekenis & definitie

Het voorm. Algemeen Rijks Entrepotdok werd in 1827 gesticht door de overname en inrichting van enkele 18de-eeuwse pakhuizen aan de Rapenburgergracht als entrepot voor de belastingvrije opslag van transitogoederen. De woonhuizen tussen die pakhuizen verving men door nieuwe pakhuizen. Bij de Rapenburgersluis verrees in 1828-'30 het poortgebouw Entrepotdok (Kadijksplein 1) met administratiekantoor en dienstwoningen.

Stadsbouwmeester J. de Greef ontwierp dit U-vormige gebouw in streng-neoclassicistische stijl (neo-Grec) met een omlijste poortdoorgang in één van de korte zijden. De langgerekte en lagere vleugel parallel aan Nieuwe Herengracht kreeg aan de binnenpleinzijde een galerij (later dichtgezet). De pakhuizen langs de Entrepothaven vormen een nagenoeg gesloten gevelwand. Een 18de-eeuwse oorsprong hebben nog de pakhuizen Entrepotdok 13-29a, 3-51 en 79a-84a, die veelal zijn voorzien van een topgevel. Van rond 1830 dateren de pakhuizen Entrepotdok 30a-36a en 52a-76a. Al deze pakhuizen kregen in alfabetische volgorde namen van Noord- en Zuid-Nederlandse steden. Bij een uitbreiding naar het oosten, waarbij ook een tweede, grotere, sluis gereed kwam (Entrepotdoksluis) bouwde men de zogeheten Kalenderpanden (Entrepotdok 87-98; 1839-'40, C.W.M. Klijn). Deze pakhuizen zijn genoemd naar de twaalf maanden. Verder zijn er nog de in neorenaissance-stijl uitgevoerde loodsen Entrepotdok 3-13 (1885) en een portaalkraan met ijzeren onderstel (bij Entrepotdok 70a). Het hoofdgebouw en de pakhuizen heeft men inmiddels verbouwd tot appartementen, waarbij binnenhoven zijn toegevoegd (1985-'88, A.J. en J. van Stigt).

Gepubliceerd op 22-05-2017