actiepotentiaal betekenis & definitie

actiepotentiaal - of AP. Sterk, kortdurend potentiaalverschil tussen de extra- en de intracellulaire ruimte van de membraan van een zenuwcel t.h.v. de axonheuvel. De a. ontstaat door de aanwezigheid van een zeer groot aantal actieve natriumporiën in de membraan waar door een massa natrium-ionen naar binnen stromen wanneer de arriverende postsynaptische potentiaal (PSP) een specifieke drempelwaarde heeft overschreden. Bij een zeer grote PSP kunnen meerdere actiepotentialen worden gegenereerd t.h.v. de axonheuvel. De informatie die in de amplitude van de PSP zat, is hier dan gehercodeerd in een frequentie van AP’s: een sterk signaal betekent dat veel AP’s per tijdseenheid de axonheuvel verlaten. Dit is de frequentiemodulatie (FM). Het voordeel van de AP en de FM is de mogelijkheid van transport: de AP’s kunnen zonder verandering langsheen het axon worden gevoerd door over de isolerende myelineschede te springen van de ene naar de andere knoop van Ranvier. Deze geleiding is de sprongsgewijze of saltatorische geleiding. Deze kan een transport van de informatie over lange afstanden verwezenlijken.

Ensiegebruikers willen de geschiedenisprijs winnen! Stem ook mee in slechts 3 seconden.Stem nu op Ensie | Encyclopedie sinds 1946