Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

Gepubliceerd op 11-11-2021

blaam

betekenis & definitie

v. (1 afkeuring; berisping; 2 smet):

1. hij verdient geen blaam, maar lof;
2. een ridder zonder vrees of blaam, iem., wien men niets kan verwijten; er kleeft een blaam op hem, op die familie; iemand een blaam aanwrijven.