Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gepubliceerd op 22-07-2019

Golf

betekenis & definitie

Golf - Golfbeweging. Het oppervlak der zee is feitelijk nooit in volkomen rust, hetgeen vnl. aan den wind te danken is.

Eerst worden hierdoor de ➝ capillaire golfjes gevormd, waarna de wind meer invloed begint te krijgen en de g. doet groeien. Voor de theorie der golfbeweging, zie ➝ Trillingen.

Naarmate de wind sterker wordt, worden de g. hooger. Bij stormen in den vollen oceaan zijn golfhoogten van 12 m gemeten; het schijnt echter, dat, door opeenstapeling van twee g., hoogten van 18 à 20 m voorgekomen zijn.

Als de kammen der g. afbreken en zich in het er voor gelegen dal werpen, ontstaan de gevreesde stortzeeën.Men onderscheidt aan de golf den golftop, zijnde het hoogste, en het golfdal, zijnde het laagste gedeelte. Onder golfhoogte verstaat men het verticale verschil tusschen top en dal. Golflengte is de horizontale afstand van top tot top, golfsnelheid is de snelheid, waarmede de g. zich verplaatst, golfperiode de tijd, dien een g. noodig heeft om de golflengte af te leggen. Bij stormen bereikte de golflengte een bedrag tot 200 m, de golfsnelheid 16 m per sec., de periode een van 12 sec. Wanneer de gewone golfbeweging niet onbelemmerd is, doch terugkaatsing optreedt, worden de staande g. gevormd, waarbij de g. niet over de reeks doorloopt, doch stationnair is. In meren en afgesloten gedeelten der zee kunnen deze staande g. eigenaardige vormen aannemen, bekend onder den naam van ➝ seiches.

Behalve door de bovengenoemde windgolven wordt het opp. der zee in beweging gebracht door de deininggolven, afkomstig van winden op dikwijls zeer grooten afstand. ➝ Deining. Men noemt de windgolven gedwongen g., in tegenstelling met de deininggolven, die men vrije g. noemt. Een derde soort g. zijn de door de getijden veroorzaakte getijgolven, welke een buitengewone lengte bezitten. De door zware ➝ aardbevingen veroorzaakte aardbevingsgolven bereiken reusachtige afmetingen en kunnen zich over geheele oceanen, ja zelfs rondom de aarde verplaatsen.

In tegenstelling met bovengenoemde golven, welke aan de oppervlakte optreden, kent men ook interne golven, welke binnen in de watermassa ontstaan aan de grens van twee lagen van verschillende dichtheid.

Lit.: O. Krümmel, Handb. der Oceanographie (II Stuttgart, Engelhorn, 21907-1911); H. Thorade, Probleme der kosmischen Physik (XIII en XIV); Probleme der Wasserwellen (Hamburg, Henri Grand, 1931).

Wissmann.