Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Gepubliceerd op 24-06-2020

Amsterdam

betekenis & definitie

(amstər'dam) [dam aan de Amstel] hoofdstad van Nederland en havenstad in Noordholland. Grootste handelsplaats van Nederland, vooral in koloniale waren.

1. Ligging. Amsterdam is aan beide zijden van het IJ gelegen en een plan bestaat om die door een tunnel te verbinden. Vliegveld : Schiphol.
2. Oppervlakte. 15.005 ha.
3. Bevolking. 770.744 inw. Spotn. koeketers.
4. Nijverheid. Metaalnijverheid o. a. scheepsbouw, boekindustrie, chemische nijverheid, papierindustrie, leder- en schoenindustrie, tabaks- en sigarennijverheid, diamantslijperijen, aardewerk en glasfabrikage.
5. Bezienswaardigheden. Oude Kerk (XIVde eeuw), Schreierstoren (xvde), Montalbaantoren (xvde), Nieuwe Kerk (xvde), Zuiderkerk (1611), Munttoren (1617), Noorderkerk (1625), Westerkerk (1631), Koninklijk Paleis (1655), Synagoge (1670). Begijnhof (XVIIde), oude gevels inz. op de Keizers- en de Herengracht, St.-Willibrorduskerk (1873), Rijksmuseum (1885),St.-Niklaaskerk (1887), Centraalstation(1889), Museum Amstelkring (kat. eredienst). Beurs (1903), Paleis voor Volksvlijt (1929 afgebrand), Artis, Universiteit, Zeevaartschool, Schoolmuseum, Stadion, Vondelpark, IJhavens, fraaie gebouwen en pleinen (o. a. Daniël Willinkplein) in Amsterdam-West en Amsterdam-Zuid.
6. Beroemde personen. Aertsen, Coornhert, Hondius, Spieghel, Bredero, Roemer Visscher, de Keyser, W. en J. Blaeu, Hooft, van Campen, E. en A. van de Velde, Rembrandt, J. B. en J. Weenix, Dujardin, Spinoza, Vondel, Swammerdam, Ten Kate, Bilderdijk, Kloos, Da Costa, Bakhuizen van den Brink, Kaiser, Douwes Dekker, J. en K. Alberdingk Thijm, Oudemans, Asser, Berlage, Swarth, Heyermans.
7. Geschiedenis. In het begin der XIIIde eeuw was Amsterdam een vissersdorp dat omstr. 1300 tot stad werd verheven. Eerst in 1481 werd, op aandrang van Maximiliaan, de stad met muren omgeven, waarvan de St. Anthoniepoort op de Nieuwmarkt nog bewaard gebleven is. In de xvde eeuw was zij reeds de eerste handelsplaats in de Noordelijke Nederlanden. Om wille van haar handel bleef zij, langer dan de andere steden, aan Spanje getrouw en sloot zich tijdens de Tachtigjarige Oorlog, eerst in 1578 bij de andere steden in hun verzet tegen Spanje aan. Van beslissende invloed voor haar bloei was, in deze oorlog, de inneming van Antwerpen 1585 door A. Farnese, die een groot aantal burgers : kooplieden, bekwame vaklieden, geleerden, letterkundigen van naam enz. van Brabant en Vlaanderen naar het Noorden deed trekken. Ook ten gevolge van de stichting der Oostindische Kompagnie (1602) en van het Twaalfjarig Bestand (1609) werkte zich Amsterdam op tot de eerste handelsstad ; aan de Noordzeekust. In 1622 telde het 100.000 inw. Amsterdams bloeitijd duurde tot in de tweede helft der XVIIIde eeuw. Toen begon haar welvaart te tanen. Na de ondergang der Bataafse republiek (1808) werd Amsterdam residentie van koning Lodewijk Napoleon en was 1810-1813 de derde stad van het Franse

Keizerrijk. In 1839 opening van de spoorweg Amsterdam-Haarlem, 1876 van het Noordzeekanaal, 1920 van de vliegdienst naar Londen en Parijs. De stad heeft zich in de xxste eeuw sterk uitgebreid. Op 1 Januari 1921 werden dan ook Buiksloot, Nieuwerdam, Ransdorp, Sloten en Watergraafsmeer er mee verenigd, terwijl de grenzen tussen Amsterdam, Diemen, Nieuweramstel, Oostzaan, Ouderamstel en Zaandam ten gunste van eerstgenoemde werden gewijzigd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) bloeide er de valutahandel, ofschoon ekonomisch veel werd ontredderd. Na die oorlog, had in het bestuur der stad, een verschuiving plaats naar links. In de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) beschadigden de Duitsers de stad zelf niet erg. maar des te meer vernielden zij in de haven en zij roeiden het biezonder talrijke Joodse volksdeel nagenoeg uit.