Aanbegin—aanhef—aanvang—begin betekenis & definitie

Aanbegin wordt alleen in zeer ouderwetschen stijl nog wel eens gevonden voor allereerste begin; het is geheel verouderd. In vorige eeuwen kwam het meer voor, doch meest in bijbelstijl: ende ick sal alles schrijven wat van aenbeginne in de werelt geschied is (Ezra 14, 22); Tot des levens aanbegin (Bild.). Toegepast op den tijd, staan aanvang en begin in beteekenis gelijk, niet echter in het gebruik: Begin is het gewone woord in het dagelijksch leven, aanvang is iets deftiger.

Nog meer is dit het geval met aanhef; dit wordt meest gebruikt van den aan vang van handelingen, waarbij het een of ander geluid gehoord wordt, de aanhef eener rede, van een gebed of gezang, overdrachtelijk ook de aanhef van een boek. Waar van het aanvatten van een werk sprake is, kan men begin en aanvang, evenals beginnen en aan¬vangen, gelijkelijk gebruiken; van ruimte kan wel begin doch niet aanvang gebezigd worden, dewijl aanvangen eigenlijk beteekent de hand aan iets slaan. Men zegt zoowel de aanvang als het begin eener onder handeling, van eene regeering, enz. maar niet de aanvang van de straat.