Groot wielerwoordenboek

van asfalteczeem tot zoetemelkpositie (uitgave 1989)

Gepubliceerd op 25-05-2017

2017-05-25

buffelen

betekenis & definitie

Zware inspanningen leveren, vooral aan kop.

Als het woord ‘uitgewoond’ nog niet had bestaan, zou Marco Wijling (31) het ter plekke uitvinden. De Noordwijker heeft na tien uur buffelen (de profs doen er volgens verwachting 5,5 uur over) de finish zojuist gehaald, maar echt blij is hij niet. (Algemeen Dagblad, 14/07/1997)

In 1988 verbaasde Maechler opnieuw, deze keer in de voorbereidingswedstrijd op Milaan-Sanremo. Na zes dagen buffelen, veelal zonder steun van de Italiaanse gregario’s bij Carrera, zegevierde hij in Tirreno-Adriatico. (Algemeen Dagblad, 22/03/2007)