Wat is de betekenis van zojuist?

2024-04-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

zojuist

zojuist - Bijwoord 1. korte tijd geleden Ik heb dat zojuist op de post gedaan. Synoniemen zonet, net, daarnet, zo-even

2024-04-22
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

zojuist

zojuist - bijwoord uitspraak: zo-juist 1. nog maar korte tijd (geleden) ♢ we hebben zojuist een auto gekocht Bijwoord: zo-juist Synoniemen daarnet, juist, laatst, nauwelijks, net, onlangs, pas, recentelijk, zo-even Tegenstellin...

2024-04-22
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Zojuist

adv., niis, nyskes, niiskrektsa, just(jes), krekt.

2024-04-22
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)

2024-04-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

zojuist

bw., pas, net.

2024-04-22
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-04-22
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

Gerelateerde zoekopdrachten