Frans woordenboek (FR-NL) 1950

Dr. F.P.H. Prick van Wely

Gepubliceerd op 13-07-2022

Soulier

betekenis & definitie

(lage) schoen; être dans ses petits souliers, niet op zijn gemak zijn, in de knel zitten; chacun sait où le soulier le blesse, ieder weet ’t best waar de schoen hem wringt.