aanjurken 2 betekenis & definitie

met iets of iemand opgescheept zitten

In 1968 voor het eerst aangetroffen, in een literaire tekst.

• Het zou nog wel een uur kunnen duren, zei m’n buurman. Was ik effe lekker aangejurkt. Ik wou een piraatje opsteken maar dat mocht niet. ¶ Haring Arie, Een leven aan de Amsterdamse zelfkant (1968), p. 139
• Van de weeromstuit begon z’n vader ook te schelden: ‘Wat ik toch voor een mooi stelletje heb. Daar ben je toch maar mee aangejurkt.’ ¶ Haring Arie, Tweede boek (1969), p. 25