Een oud, in Zeeland alleen op Walcheren bekend gebruik. Het bestond hieruit dat men, vooral in augustus of september, met spa of ploeg naar het strand trok om smelt of zandspiering te steken, waartoe een grote behendigheid vereist was.
Het smeltsteken kwam doorgaans in combinatie met het 'spelerijden en dan ook wel met het in → zee dragen voor. Bellamy heeft het in de romance ’Roosje’ beschreven. Het wordt al vermeld bij → Boxhorn (1644). De uitvoerigste beschrijving vindt met in → Gargons Walchersche Arkadia (1717). Het gebruik is in de 19e eeuw verdwenen. Een nieuw lied voor de smeltvangers vindt men in ‘Nieuwe Domburgsche Speelwagen’.LITERATUUR
Meertens, Smeltsteken, 85-94. Walrecht. De mysterieuse vis. 171-173, 220.