sterilisatie betekenis & definitie

1) Onvruchtbaar maken van een man, zodat hij geen kind kan verwekken, of van de vrouw, zodat zij niet zwanger kan worden; 2) doden van levende ziektekiemen, vooral bacteriën, bijvoorbeeld door koken of droge verhitting tot hoge temperatuur.

1) Sterilisatie is de grondigste manier om zwangerschap te voorkomen. Het gebeurt door een operatie. Je moet er wel volwassen voor zijn. Bij de man is de ingreep eenvoudiger dan bij de vrouw. Bij de man wordt de zaadleider doorgesneden (vasectomie), zodat er geen zaad, maar alleen nog zaadvocht door kan. Je ziet trouwens geen verschil aan het zaad. De dokter bindt bij een vrouw de eileiders af of brandt die dicht. Er kan dan geen eicel meer in de baarmoeder komen. Dit zijn kleine operatieve ingrepen. De persoon wordt meestal ’s ochtends geopereerd en kan vaak dezelfde dag naar huis.

2) Een dokter of tandarts gebruikt instrumenten en steekt die in het lichaam van de persoon. Daardoor kunnen er bacteriën of virussen op de instrumenten komen. Daarom worden geopereerd na gebruik heel goed schoongemaakt, zodat ze bij iemand anders opnieuw kunnen worden gebruikt zonder dat die andere persoon ziek van ziektekiemen wordt. Bij steriliseren worden alle bacteriën op of in het instrument gedood. Meestal gebeurt dat met stoom. Steriliseren kan ook bijvoorbeeld met hete lucht. Je kunt ook bacteriën doden door te desinfecteren. Dat doe je met ontsmettingsmiddelen, zoals medische alcohol of povidonjodium. Desinfecteren is minder grondig dan ‘steriliseren’. Maar je kunt het lichaam niet in stoom of kokend water houden om bacteriën dood te maken, want dan krijg je een brandwond.

Kijk ook bij ontsmettingsmiddel.