heupgewricht betekenis & definitie

Het gewricht tussen het dijbeen en het heupbeen, waar je bovenbeen aan je romp vastzit.

Het woord ‘heup’ wordt vaak gebruikt voor het ‘heupgewricht’. Het heupgewricht is een kogelgewricht: het bestaat uit een kom en een kop. De halfronde kom zit in het bot van je bekken, in je heupbeen. De bolronde kop zit aan de bovenzijde van het dijbeen (Latijn: femur), het grote bot in je bovenbeen. Dokters noemen dat uiteinde ook wel ‘femurkop’ (soms zelfs ‘heupkop’, maar dat is fout!).

De kop en de kom zijn normaal met glad en veerkrachtig kraakbeen bedekt. De botdelen van dit gewricht blijven door een stevig kapsel op hun plaats. Om dit kapsel heen zitten pezen en spieren. De spieren maken het gewricht beweeglijk en de pezen ‘trekken’ het dijbeen vast in de kom.

Ook articulatio coxae (uitspraak: AR-tie-kuu-LAA-tsie-joo KOK-see). Kijk ook bij gebroken heup.