heupprothese betekenis & definitie

Een kunstgewricht voor de heup, meestal van kunststof, soms van metaal (uitspraak: …proo-TEE-zul)..

De heup is het gewricht dat in Nederlandse ziekenhuizen het meest wordt vervangen, gevolgd door het kniegewricht. De dokter raadt een kunstheup aan als het heupgewricht bij het lopen steeds meer pijn gaat doen. Dit komt vaak door artrose of reumatoïde artritis. Oude mensen die hun heup door een val breken, krijgen vaak een kunstheup. Soms is de bovenkant van hun dijbeen afgebroken. Dan is het meestal gemakkelijker het heupgewricht te vervangen dan het bot te repareren. De persoon wordt dan ook sneller beter.

Het plaatsen van een nieuw heupgewricht is een operatie die veel wordt gedaan. De orthopedisch chirurg zaagt in de bovenkant van het dijbeen én in het heupbeen. Twee botdelen worden vervangen: de heupkom (in het bekken) en de kop van het dijbeen (die in die kom past). Er zijn veel verschillende typen en verschillende manieren om de prothese aan te brengen, bijvoorbeeld met en zonder cement.

Mislukkingen zijn zeldzaam, maar hebben vaak nare gevolgen. Op zo’n kunstheup staan tenslotte sterke krachten. Daardoor slijt hij snel en kunnen onderdelen ervan los gaan zitten, wat pijn geeft. Dit gebeurt soms na tien of vijftien jaar en als iemand geluk heeft helemaal niet. Dat hangt ook af van hoe actief iemand is. De chirurg kan de kunstheup dan vervangen (‘revisie’, ‘tweede implantatie’). Dat wordt wel een nog grotere operatie, en met minder kans op succes. Daarom geeft de chirurg iemand voor dezelfde heup niet graag een tweede, vervangende kunstheup.

Ook kunstheup, heupimplantaat, totale heupprothese (THP), totale heupartroplastiek. Kijk ook bij gebroken heup.