cacao betekenis & definitie

Stof die gewonnen wordt uit de pitten, zaden en bonen van de cacaoboom en gebruikt als genotmiddel of als grondstof voor genotmiddelen als koek, gebak, taarten, puddingen, vla, ijs, broodbeleg, bonbons, dranken e.d. Cacao wordt in vakkringen ook wel aangeduid met ‘theobromina’.