HIV betekenis & definitie

Het humaan immuno deficiëntie virus infecteert gastheercellen die een CD4+ receptor bezitten. Deze zijn aanwezig op T-lymfocyten, macrofagen en dendritische cellen (afweercellen). Nadat het virus ervoor heeft gezorgd dat er DNA in de gastheer kern komt bestaat er een irreversibele situatie, dat zonder medicatie uiteindelijk tot AIDS leidt.

Het is een virus dat in de jaren dertig van de vorige eeuw vanuit primaten bij de mens geïntroduceerd werd op het Afrikaanse continent. Het kan worden overgedragen via seksueel contact, bloed-bloedcontact en van moeder op kind. Doordat het een relatief ‘slordig’ virus is, treden er vele mutaties op waardoor er virusvarianten ontstaan. Dit is de oorzaak dat het lichaam geen goede immuun respons kan opbouwen, het virus veranderd telkens. Er is een geleidelijke afname van CD4+ lymfocyten cellen, deze spelen een centrale rol in de afweer waardoor er uiteindelijk een functionele immuun deficiëntie ontstaat. Zodra je lichaam niet meer kan vechten tegen infecties en er ‘opportunistische’ infecties ontstaan kun je spreken van AIDS. Je kan hierdoor overlijden aan elke infectie waar een normaal mens maar even ziek van is of zelfs niets merkt.

Er zijn 3 fases: de acute hiv-infectie in de eerste 3 maanden, vervolgens een asymptomatische fase die kan verschillen van 2 tot 15 jaar en tot slot de symptomatische fase die snel progressief kan verlopen en eindigt in AIDS. De behandeling bestaat uit HAART (higly active anti-retroviral therapy), dit moet dagelijks goed worden geslikt. Onbehandeld is de overleving van een AIDS patiënt niet langer dan 18 maanden. Dankzij HAART lijkt de levensverwachting van hiv-geïnfecteerde personen inmiddels vergelijkbaar aan die van niet hiv-geïnfecteerde. In Afrika bestaat een taboe op HIV waardoor vaak niet tijdig met een behandeling gestart wordt. Goede voorlichting blijft vooralsnog het belangrijkste wapen in de strijd tegen de verspreiding van HIV.

Gepubliceerd op 10-10-2014