Bloeddruk betekenis & definitie

De bloeddruk bestaat uit een boven- en onderdruk. Een systolische (boven) druk onder de 120mmHg en een diastolisch (onder) druk onder de 80mmHg wordt beschouwd als normaal. Een te hoge bloeddruk noemt men hypertensie en een te lage hypotensie.

Deze definitie is arbitrair: een te hoge bloeddruk is ongezond maar of het nu 79 of 81mmHg onderdruk is maakt geen significant verschil. De bloeddruk is zeer variabel, wanneer deze opgemeten word kan hij namelijk onbewust een beetje omhoog schieten terwijl er geen sprake hoeft te zijn van echte hypertensie, dit noemt met wittejashypertensie. Ook varieert de bloeddruk door de dag heen, dit maakt het lastig. De bloeddruk moet daarom drie afzonderlijke keren worden gemeten en dan pas mag iets vastgesteld worden.

De bloeddruk wordt hemodynamisch gezien door verschillende factoren bepaald: Het hartminuutvolume (hoeveel bloed per tijd), de weerstand van de arteriolen (perifere vaatweerstand) en de compliance (rekbaarheid slagaderen). De hoeveelheid weerstand in de vaten word ook gereguleerd door het sympatische en parasympatische zenuwstelsel. Deze ontvangt informatie van druk receptoren in de vaten en kan dan de vaten laten vernauwen of dilateren, het hart sneller of langzamer laten pompen en het beter laten samen knijpen. Als laatste wordt de bloeddruk gereguleerd door de nieren die het enzym renine produceren, het RAAS systeem. Hier word in de gaten gehouden hoeveel bloed wordt gefilterd voor urine, hiermee kan men het bloed volume aanpassen.

Hypertensie is een belangrijke risicofactor voor cardiovasculaire complicaties, het risico wordt erg versterkt in combinatie met roken, diabetes en hypercholesterolemie. De ziektelast is het grootst onder de mensen met minder extreem hoge drukken, dit is namelijk een grote populatie. Medicijnen grijpen op verschillende van de besproken mechanisme in.

Gepubliceerd op 09-06-2016