Atriumfibrilleren betekenis & definitie

Atriumfibrilleren is de meest voorkomende ritmestoornis van het hart. De stroom gaat niet meer netjes vanuit de sinus- naar de AV knoop. In plaats daarvan ontstaan er op verschillende plaatsen in de atria (boezems) elektrische stroompjes waardoor de bovenkant van het hart niet efficiënt kan samentrekken.

De atria, ofwel boezems, pompen bloed naar de ventrikels, die het op hun beurt naar de longen dan wel naar de rest van het lichaam pompen. Bij atriumfibrilleren 'trillen' als het ware de atria en is er geen mooie elektrische stroombaan die van de sinusknoop naar de AV knoop gaat. Hierdoor kan het hart niet goed contraheren en wordt er minder bloed naar de ventrikels gepompt. Door middel van drukverval gaat er toch bloed van de atria naar de ventrikels: daarom is het niet direct een fatale ritmestoornis. Echter dit drukverval zorgt niet voor ál het bloed, hiervoor zijn de atria nodig ('atrial kick'). De klachten van patiënten wisselen van vermoeidheid en kortademigheid tot hartkloppingen.

Er bestaan meerdere therapeutische mogelijkheden die op verschillende momenten de voorkeur krijgen. Bij kortdurende klachten is er medicatie.Wanneer patiënten last blijven houden wordt er een cardioversie gedaan: dit is een shock die het ritme tracht te herstellen. Als laatste kan er ook een ablatie worden verricht om de klachten te verminderen. Hierbij wordt het stukje hartspierweefsel dat de oorzaak is van het pathofysiologisch ritme beschadigd: zo wordt er littekenweefsel gemaakt waardoor er geen stroom meer doorheen kan lopen.

Atriumfibrilleren is vaak het gevolg van een onderliggende aandoening zoals hartfalen, hypertensie, hartkleplijden of coronair lijden. Alhoewel deze ritmestoornis onschuldig lijkt door het minder acute karakter brengt het wel degelijk risico's met zich mee. Er is een tot vijfmaal verhoogde kans op trombo-embolische complicaties.

Gepubliceerd op 08-04-2015