Antichrist betekenis & definitie

Antichrist, iemand die zich tegen Christus richt; ruimer: persoon of beweging die zich tegen kerk en christendom keert of daarvoor een bedreiging vormt.

De ‘tegen-Christus’ wordt onder andere genoemd in de nieuwtestamentische brieven en de Openbaring van Johannes als de tegenstander van Christus. Afhankelijk van welke geloofsrichting men was, en wie men als de vijand daarvan beschouwde, heeft men in de loop van de geschiedenis deze kwalificatie op uiteenlopende figuren toegepast. De Rijmbijbel (1271) noemt de antichrist in de deels vernederlandste vorm antkerst; de Liesveldtbijbel (1526) vertaalt met tegenchrist.

Bijbelcitaat: Deux-Aesbijbel (1562), 1 Johannes 2: 18. Kinderkens, het is de laetste tijt, ende ghelijck ghy ghehoort hebt, dat de Antichrist komen sal, daer zijn oock nu vele Antichristen gheworden, waer wt wy weten dat het de laetste vre is.

Gebruiksvoorbeeld: Rusland zal eerder een antichrist voortbrengen dan een humanistische democratie of een neutrale humanistische cultuur. (NRC, jan. 1994)

Gebruiksvoorbeeld: Dat is nog eens kras, die knul gaat me lesjes leren, hij die zichzelf aanhanger van de antichrist noemt, onze supermonopolist. (A. Benali, Bruiloft aan zee, 1998 (1996), p. 115)

Gepubliceerd op 11-05-2017