2019-12-13

zoogdieren

zoogdieren - Zelfstandignaamwoord 1. (dierkunde) een klasse van warmbloedige, meestal levendbarende chordadieren die hun jongen zogen met borstvoeding. Hoewel vroeger anders gedacht werdt, behoren walvissen en dolfijnen ook tot de zoogdieren. Woordherkomst Meervoudsvorm van de samenstelling van zogen en dier.

2019-12-13

Zoogdieren

Zoogdieren (Mammalia) is de naam eener afdeeling van meerendeels op het land levende, warmbloedige dieren. zij vertegenwoordigen de meest ontwikkelde klasse der gewervelde dieren, daar bij hen de levensverrigtingen en zintuigen en vooral ook het bewegingsvermogen zich in volmaakter toestand bevinden, dan bij de dieren van andere klassen. Hun ligchaam voegt zich gemakkelijk naar de uitwendige omstandigheden en de meerdere ontwikkeling van het centraalorgaan der zenuwen brengt hen tot eene psychis...

2019-12-13

Zoogdieren

Zoogdieren - (Mammalia), de hoogste klasse van de hoofdafdeeling der gewervelde dieren. Hun ontwikkeling gaat, evenals bij de vogels en de hoogere reptiliën, gepaard met de vorming van amnion en allantoïs, waarbij nog komt het bezit van haren en melkklieren. Verder onderscheiden zich de z., met de vogels, van de overige gewervelde dieren door hun weinig veranderlijke (z.g. constante) lichaamstemperatuur, zoodat men deze beide klassen te zamen wel eens ten onrechte „warmbloedige” dieren noe...

2019-12-13

Zoogdieren

De laatste en hoogstontwikkelde klasse van de gewervelde dieren zijn de zoogdieren of Mammalia; tegelijkertijd is het in de ontwikkelingsgeschiedenis de jongste groep. Zoogdieren zijn nakomelingen van de pelycosauriërs, zoogdierachtige reptielen die meer dan 180 miljoen jaren geleden leef-den. Op de pelycosauriërs volgden aan het einde van het Perm en in het begin van het Trias de Therapsida, een groep zoogdierachtige reptielen waarbij elleboog en knie reeds tegen de romp geplaatst war...

2019-12-13

Zoogdieren

(Mammalia) vormen de klasse der hoogstontwikkelde gewervelde dieren, tevens de jongste groep uit geologisch oogpunt. Een vaste en hooge lichaamswarmte gaat samen met bescherming der → huid door → haar, terwijl huidklieren eveneens voor warmteregeling zorgen. Bij de wijfjes worden bepaalde huidklieren tot → melkklieren. De opperhuid verhoornt tot klauwen, nagels of hoeven; op dezelfde wijze ontstaat de snavel der vogelbekdieren, de hoorn van den neushoorn en die van vele herkauwers...