Zemelen
(zemelde, heeft gezemeld), (gemeenz.) zemelknopen, vervelend kleingeestig zijn ; zeuren, zaniken.
Van Dale Uitgevers (1950)
(zemelde, heeft gezemeld), (gemeenz.) zemelknopen, vervelend kleingeestig zijn ; zeuren, zaniken.
Studenten van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang
Marc De Coster (2020-2025)
(16e eeuw) (inf.) talmen; zeuren, zaniken. Vgl. Duits: semmeln. • zemêln = langzaam, slepend, temend praten; ook NBrab. Kil. semelen (ww.), semelachtigh, en: semeler; Oostfr. sämeln = langzaam handelen, spreken, treuzelen; Neders. semmeln, semmelke, semmelije, van: sümen (Gron. zumen, in: verzumen = verzuimen), Nederl. sammel...
Gerelateerde zoekopdrachten
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen:
Voer je e-mailadres in om verder te gaan of Login