Wat is de betekenis van Zelfstandigheid?

2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

zelfstandigheid

zelfstandigheid - Zelfstandignaamwoord 1. het zelfstandig zijn Woordherkomst afgeleid van zelfstandig met het achtervoegsel -heid Verwante begrippen autonomie, onafhankelijkheid

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

zelfstandigheid

zelfstandigheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: zelf-stan-dig-heid 1. niet afhankelijk zijn van anderen ♢ de autonomie van deze kinderen is groot Zelfstandig naamwoord: zelf-stan-dig-heid de zelfstandigheid...

Lees verder
2003
2023-02-06
Marga Schiet

MOM's lexicon van de opvoedmisstanden

Zelfstandigheid

Een kind wordt vanzelf zelfstandig. Elk kind heeft de drang om uit zichzelf dingen te gaan ondernemen. Ouders bepalen in hoeverre een kind die drang kan uitleven. Een kind wordt pas zelfstandig als hij de kans krijgt om zelf steeds iets nieuws te mogen doen wat hij nog moet leren. Blijven ouders alles voor een kind doen, dan wordt een kind niet zel...

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

zelfstandigheid

v. (-heden), 1. het bestaan op zichzelf; (recht) dat wat iets tot de bedoelde zaak maakt; de eigenschappen van de zaak waarop het volgens de bedoeling van de partijen aankomt; 2. onafhankelijkheid: zijn — bewaren; 3. entiteit.

Lees verder
1952
2023-02-06
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Zelfstandigheid

s., selsstannigens.

1950
2023-02-06
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Zelfstandigheid

v. (...heden), 1. het zelfstandigzijn, bestaan op zichzelf; — (rechtst.) dat wat iets tot de bedoelde zaak maakt: dwaling maakt een overeenkomst nietig, indien zij plaats heeft omtrent de zelfstandigheid der zaak (art. 1358 B.W.), de eigenschappen der zaak, waarop het volgens de bedoeling der partijen aankomt; 2. (van pers.) het staan...

Lees verder
1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

zelfstandigheid

v., in bet. 2 en 3 zelfstandigheden (1 onafhankelijkheid; 2 bestanddeel b.v. van artsenijen, samenstellend bestanddeel van iets; 3 elk voorwerp op zich zelf): 1. de zelfstandigheid van een volk, van een land; zelfstandigheid van karakter; 2. een mengsel, bestaande uit verschillende zelfstandigheden; 3. zelfst. nw. zijn namen van zelfstandigheden.

Lees verder
1936
2023-02-06
Drs. P. Wijkema

Encyclopedie voor Ziel- en Opvoedkunde

Zelfstandigheid

verworven vermogen van den mens, om als regel zijn werkzaamheden op eigen gezag en met eigen middelen te doen.

1933
2023-02-06
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Zelfstandigheid

wat (in tegenstelling met het ➝ accident) van nature op zich zelf dient te bestaan en niet in iets anders. Het feitelijk op zich zelf bestaan behoort niet tot het wezen eener z.: Christus’ menschelijke natuur is een z., die bestaat krachtens zijn goddelijke persoonlijkheid. De z. heeft een tweevoudige functie: ze is oorzaak en blijvende drage...

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

zelfstandigheid

v.(...heden) I. Eig. het zelfstandig zijn: de van een volk; zijn bewaren, verliezen; van karakter, van wil. II. Metn. 1. Algm. wat zelfstandig is: wat voor ...heden bevat dat mengsel! 2. Wijsb. wat op zichzelf bestaat en niet in een ander: een mens, een tafel is een -. Syn. substantie. Tgst. bijkomstigheid.

Lees verder
1908
2023-02-06
Vivat

Schrijver op Ensie

Zelfstandigheid

substantie, een in zich zelf bestaand ding; of ook wel de kern of het hoofdbestanddeel, het beste van een zaak. Volgens Despinoza is substantie datgene, wat oorzaak is van zich zelf, wat het bestaan er van in zich sluit. Door de verschillende groote philosophen en hunne scholen wordt aan het substantiebegrip een zeer uiteenloopende waarde toegekend...

Lees verder
1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ZELFSTANDIGHEID

ZELFSTANDIGHEID, v. (...heden), onafhankelijkheid; het op zichzelf staan, wat op zichzelf bestaat; bewerkte stof; samenstellend bestanddeel van iets; (geneesk.) bestanddeel van artsenijen.

1870
2023-02-06
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Zelfstandigheid

Zelfstandigheid (substantia) is datgene, wat op en voor zich zelf werkelijk bestaat en de drager is van de eigenschappen, welke wij daarin waarnemen. Daar wij echter niets anders dan de eigenschappen der dingen kunnen opmerken, is het voor ons onmogelijk, tot de kennis der zelfstandigheid door te dringen. Daarom hebben sommige wijsgeeren de zelfsta...

Lees verder