Wat is de betekenis van voorn?

2024-06-25
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek (2009-heden)

voorn

Het begrip voorn heeft 2 verschillende betekenissen: 1) vis die een soort voorn is. zoetwatervis uit de orde der karperachtigen die vaak rode of roodachtige vinnen heeft en onder soorten als bittervoorn, blankvoorn, kopvoorn, ruisvoorn of rietvoorn, winde of windvoorn, etc. valt of een kruising van dergelijke soorten is. 2) blankvoorn....

2024-06-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

voorn

voorn - Zelfstandignaamwoord 1. (vissen) verzamelnaam voor een groep zoetwatervissen, meestal met rode of oranje vinnen, behorende tot de eigenlijke karpers Een voorn vreet waterplanten als het water warm is. Synoniemen voren

2024-06-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

voorn

voorn - zelfstandig naamwoord 1. karperachtige zoetwatervis met blanke schubben ♢ Zachary had na een uur vissen vijf voorns gevangen Zelfstandig naamwoord: voorn de voorn de voorns ...

2024-06-25
Culinair van a tot z

Peter Joh. M. Zuidweg (2016)

voorn

Vrij kleine zoetwaterrondvis. Komt in verschillende soorten voor en staat bekend om zijn vele graten. Wordt bij voorkeur geserveerd met een kruidensaus.

2024-06-25
Encyclopedie van Zeeland

Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (1982)

VOORN

→ Zoetwatervissen.

2024-06-25
ABC van de Hengelsport

Van Onck (1972)

Voorn

Voorn - (zie Blankvoorn en Rietvoorn).

2024-06-25
Encyclopedie van Friesland

Prof. Dr. J.H. Brouwer (1958)

VOORN

Karperachtige vis. In Frl. komen twee soorten voor, nl.: Kop-V. en Blank-F. Daarnaast komt de tot een ander geslacht behorende Ruis-F. voor. Kop-V., door vissers ook wel ‘meun’ genoemd, komt voor in oude veenpiassen (vroeger in Oudegaaster- en Westerzanding), sporadisch in Fr. meren. Wat in het Fr. 'foarn’ heet, is de Blank-...

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-06-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Voorn

s., foarn, wâldfaem.