Wat is de betekenis van Voornaam?

2021
2021-01-25
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Voornaam

Een voornaam is een eigennaam die elk kind bij de geboorte meekrijgt. Een voornaam hoort bij de achternaam en wordt voor de achternaam geplaatst. Iemand wordt altijd bij de voornaam aangesproken, dat is de naam waaronder een persoon het meest bekend staat. De voornaam heeft al een lange geschiedenis. Een achternaam werd later geïntroduceerd, onder...

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voornaam

vóórnaam - Zelfstandignaamwoord 1. naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat. voornáám - Bijvoeglijk naamwoord 1. van hoog aanzien in een gemeenschap. Hij was een voornaam man. 2. van groter belang dan het meeste. ...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voornaam

voornaam - bijvoeglijk naamwoord, zelfstandig naamwoord uitspraak: voor-naam 1. van grote betekenis ♢ de voornaamste reden om niet mee te doen is mijn ziekte 2. als (van) iemand die hooggeplaatst is ...

Lees verder
1990
2021-01-25
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

voornaam

voornaam - In de context van persoonsnamen, met name in de westelijke cultuur, is de voornaam de naam die iemand bij geboorte of op jonge leeftijd krijgt, van oudsher bij de geboorte en met verwijzing naar of ter ere van een heilige, een vroeger familielid of een persoonskenmerk. In modern westers gebruik wordt een voornaam met een achternaam of an...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

voornaam

m. (-namen), naam die aan de erfelijke geslachtsnaam voorafgaat en bij de geboorteaangifte door de ouders wettelijk wordt vastgesteld ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand. (e) Door de voornaam wordt een persoon, die door zijn achternaam al is aangegeven als behorend tot een bepaald geslacht of familie, nader geïndividualisee...

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Voornaam

bn. (...namer, -st), 1. aanzienlijk, hooggeplaatst, deftig: voorname lieden; de voornaamste ingezetenen ; zich te voornaam voor iets achten ; — een voorname buurt, -waar deftige lieden wonen ; — zelfst.: de voornamen ; hij behoort tot de voornaamsten ; 2. belangrijk, gewichtig : de voornaamste oorzaken , redenen ; de voornaamste...

Lees verder
1933
2021-01-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Voornaam

Ook wel tegenwoordig doopnaam genoemd (➝ Persoonsnaam). Oorspronkelijk hadden de Germanen, als alle volkeren, slechts één naam, die met onzen tegenwoordigen voornaam gelijk staat. De Grieken hadden ook slechts één naam, vandaar de groote verscheidenheid. De Romeinen hadden in den bloeitijd meerdere (drie) namen. Er waren...

Lees verder
1921
2021-01-25
Levende taal

T. Pluim - 1921

Voornaam

letterlijk: wat vóór, vooraf, het eerst genomen wordt: dus wat uitstekend, voortreffelijk is. Bij Hooft: „de voorneemste getuigen.”

1898
2021-01-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Voornaam

zie Aanzienlijk.

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Voornaam

Het begrip voornaam heeft 2 verschillende betekenissen: 1. voornaam - VOORNAAM - m. (...namen), doopnaam: zijn voornaam is Piet. 2. voornaam - VOORNAAM - bn. (...namer, -st), aanzienlijk, belangrijk, gewichtig: de voornaamste oorzaken, redenen; de voorname straten eener stad, de hoofdstraten; de voornaamste (aanzienlijkste) lieden der stad; &mdas...

Lees verder