Wat is de betekenis van Volbrengen?

2019
2022-05-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

volbrengen

volbrengen - Werkwoord 1. (ov) geheel uitvoeren Hij volbracht daarmee een waar meesterwerk. Woordherkomst samenstelling van vol en brengen Synoniemen tot stand brengen

Lees verder
2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

volbrengen

volbrengen - onregelmatig werkwoord uitspraak: vol-bren-gen 1. helemaal uitvoeren ♢ hij heeft zijn taak volbracht Onregelmatig werkwoord: vol-bren-gen ik volbreng jij/u volbrengt...

Lees verder
2000
2022-05-16
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Volbrengen

Het is volbracht, de laatste woorden van Jezus aan het kruis; (in ruimere toepassing) het is gedaan, het is gebeurd; uitspraak na beëindiging van een zware inspanning. De bijbeltekst komt uit Johannes 19:30 en betekent eigenlijk: ‘Dat wat voorspeld is, is vervuld’. Het zijn de laatste woorden van Jezus direct voor zijn dood aan het kruis, door hem...

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Volbrengen

(volbracht, heeft volbracht), 1. tot het eind toe uitvoeren: een taak volbrengen; 2. ten uitvoer brengen: een opdracht volbrengen.

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Volbrengen

v., folbringe.

1950
2022-05-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Volbrengen

(volbracht, heeft volbracht), 1. ten einde toe uit voeren, voleindigen, inz. met het bijbegrip dat het iets moeilijks of gewichtigs is : een reis, een taak volbrengen ; — het is volbracht, laatste der kruiswoorden van Jezus (Joh. 19 : 30); 2. ten uitvoer brengen : een bevel, een opdracht volbrengen.

Lees verder
1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

volbrengen

onr. w.w., volbracht, h. volbracht (voleindigen, ten einde brengen): het is volbracht, een (verheven) taak is afgewerkt.

1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOLBRENGEN

VOLBRENGEN - (volbracht, heeft volbracht), voleindigen, uitvoeren, inz. met het bijbegrip van wat moeilijk, gewichtig is: het is volbracht. VOLBRENGING, v. het volbrengen, tenuitvoerlegging.

1898
2022-05-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Volbrengen

zie Afdoen, zie Nakomen, zie Bewerken, zie Betrachten, zie Eindigen.