Wat is de betekenis van voedsel?

2020
2022-09-28
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

voedsel

Het begrip voedsel heeft 2 verschillende betekenissen: 1) al wat tot voeding dient. al wat door organismen wordt opgenomen om leven en groei, weefsels en organen in stand te houden; al wat tot voeding dient. Meestal in toepassing op wat mensen en dieren eten, maar ook in toepassing op stoffen die planten nodig hebben en uit de grond halen...

Lees verder
2019
2022-09-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

voedsel

voedsel - Zelfstandignaamwoord 1. (voeding) alles wat een organisme tot zich neemt om het metabolisme in werking te houden Een derde van al het geproduceerde voedsel wereldwijd wordt verspild. Hiermee is een kostenpost gemoeid van 565 miljard euro. Woordherkomst Naamwoord van hand...

Lees verder
2018
2022-09-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

voedsel

voedsel - zelfstandig naamwoord uitspraak: voed-sel 1. wat je bij de maaltijd tot je neemt ♢ we hebben voedsel bij ons voor de hele dag Zelfstandig naamwoord: voed-sel het voedsel Synoniemen kost

Lees verder
2017
2022-09-28
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Voedsel

Het is opvallend dat voor de meeste Nederlanders, net als voor arme migranten, de kwaliteit van het eten niet zo belangrijk is. In boerenfamilies werd na het eten altijd aan de gast gevraagd ‘Heb je genoeg gehad?’ Genoeg, dat was het criterium. Bij het eten in een restaurant vinden Nederlanders het vaak vooral belangrijk of er veel op tafel staat....

Lees verder
1973
2022-09-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Voedsel

o. (g. mv.), wat tot voeding kan dienen: tot zich nemen; (fig.) voedsel voor de geest, datgene waarmee men het geestelijk leven onderhoudt; dat gaf nieuw voedsel aan het gerucht dat ...

1952
2022-09-28
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Voedsel

s.n., fiedsel (it), iten (it), foer (it); — en dekking, rak en dak.

1950
2022-09-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Voedsel

o. g. mv., 1. spijs, al wat tot voeding kan dienen : voedsel tot zich nemen, gebruiken ; de zieke kan geen voedsel meer verdragen ; versterkend, gezond, krachtig voedsel ; de planten halen haar voedsel uit de grond ; 2.(oneig.) voedsel voor de geest, datgene waarmee men het geestelijk leven onderhoudt ; lectuur ; — wat het verb...

Lees verder
1937
2022-09-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

voedsel

o. (spijs, onderhoud): fig. voedsel voor de geest; geestelijk voedsel; dat gaf voedsel aan, steun.

1933
2022-09-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Voedsel

→ Voedingsmiddel. Voor v. voor suikerlijders zie → Glutenbrood.

1930
2022-09-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

voedsel

('voetsəl) o. I. [ → voeden I] datgene wat voedt: gezond, krachtig, versterkend tot zich nemen, gebruiken; geen meer kunnen verdragen; de planten halen haar uit de grond. Syn. → eetwaar. II. [ → voeden III] 1. (1) onderhoud : steenkool dient tot aan het vuur. 2. (2) aanwakkering, steun : dat gaf aan onze hoop.

Lees verder
1898
2022-09-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VOEDSEL

VOEDSEL - o. spijs, al wat tot voeding kan dienen : voedsel tot zich nemen, gebruiken; de zieke kan geen voedsel meer verdragen; versterkend, gezond, krachtig voedsel; de planten halen haar voedsel uit den grond ; — onderhoud : steenkool, hout dient tot voedsel van het vuur; — (ook fig.) versterking: voedsel voor den geest; dat gaf har...

Lees verder
1898
2022-09-28
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Voedsel

zie Aas, zie Eetwaar.

1864
2022-09-28
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Voedsel

Voedsel, o. (-s), spijs, al wat tot voeding kan dienen; onderhoud; (ook fig.) versterking.

1573
2022-09-28
Etymologicum 1573

Kiliaans Etymologicum Teutonicae Linguae

Voedsel

Alimentum, alimonia, nutrimentum, esca, cibus: & Fomentum, fomes.

Lees verder