Wat is de betekenis van vluchten?

2024-04-23
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

vluchten

vluchten - Werkwoord 1. ergatief trachten te ontkomen aan dreigend gevaar - De dieven vluchtten toen zij de politie de winkel binnen zagen komen. - Halverwege de oorlog deserteerden er iedere maand meer dan vijfduizend soldaten; sommige bleven gewoon ergens hang...

2024-04-23
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

vluchten

vluchten - regelmatig werkwoord uitspraak: vluch-ten 1. snel weggaan om te ontkomen ♢ deze mensen zijn gevlucht voor de oorlog Regelmatig werkwoord: vluch-ten ik vlucht jij/u vlucht...

2024-04-23
Jargon & Slang van Wielrenners

Marc De Coster (2017)

Vluchten

Vluchten - zich losmaken uit het peloton, demarreren. Fr. échapper; Eng. to break, to pull away.

2024-04-23
Bridge Opzoekboek

drs. Toine van Hoof (2017)

vluchten

Een (hopelijk) veilig heenkomen zoeken door na een strafdoublet een contract in een andere speelsoort te bieden. Zie ook: weglopen

2024-04-23
Wielerwoordenboek

Fons Leroy en Wim van Rooy (2010)

vluchten

vluchten: zich losmaken uit het peloton.

2024-04-23
Groot wielerwoordenboek

Marc de Coster (2009)

vluchten

Zich losmaken uit het peloton, demarreren. Frans: échapper. Engels: to break, to pull away. Een dag eerder had Fernando Escartin voor het eerst in zijn vierjarige loopbaan als beroepsrenner zijn eerste zege laten noteren. De Spanjaard bleek in de GP Naguera de slimste van een kopgroepje door in de laatste van de zeven ronden te vluchten. (Trouw, 2...

2024-04-23
Wielersportwoordenboek

Jan Luitzen (2009)

vluchten

(onov ww; vluchtte; is gevlucht) - zich losmaken uit het peloton en wegrijden

2024-04-23
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Vluchten

v., flechtsje, hakken opnimme, útnaeije, útspylje, útstrike; stiekem (der) útknipe, útpike, útpykje.

Wil je toegang tot alle 20 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-23
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

vluchten

vluchtte, h. en is gevlucht (vlieden, op de vlucht gaan, ontvluchten): voor den vijand vluchten; het gevaar vluchten; vluchten naar; vluchten over de grenzen; vluchten uit.