Wat is de betekenis van vin?

2019
2021-04-17
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

vin

barst In deze betekenis in 1906 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, De Boeventaal van Köster Henke. Als voorbeeldzin geeft hij onder meer: ‘Daar studeert er een, hoe hij ’t best een vin in een ruit kan zetten’ (‘... hoe hij een barst in een ruit kan aanbrengen’). In 1907 bezocht de journalist Jan Feith samen met een reche...

Lees verder
2019
2021-04-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vin

vin - Zelfstandignaamwoord 1. (zoötomie) uitstekend lichaamsdeel van vissen en andere aquatische dieren die zij gebruiken voor de voortbeweging Een vis heeft zowel gepaarde als ongepaarde vinnen. 2. een zwemvin, gebruikt bij het snorkelen en duiken, onderdeel van een snorkeluitrusting en d...

Lees verder
2018
2021-04-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vin

vin - zelfstandig naamwoord 1. elk van de platte ledematen waarmee vissen zwemmen ♢ de vis gebruikt zijn vinnen om zich te verplaatsen 1. geen vin verroeren [je helemaal niet bewegen] Zelfstandig...

Lees verder
2011
2021-04-17
Wijnetiketten

Het wijnetiket verklaard (Uitgave 2011)

Vin

(F) Letterlijk vertaald: Wijn.

1993
2021-04-17
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Vin

schoep; visseorgaan; wijn

1981
2021-04-17
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

vin

1. waaiervormig orgaan waarmee vissen zich voortbewegen; 2. blaasworm; zie lintwormen.

Lees verder
1980
2021-04-17
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Vin

Alle betekenissen van het woord vin kunnen worden verklaard uit ’t grondbegrip: stekel, iets dat puntig en scherp is. Wij kennen het woord in de eerste plaats voor het bewegingsorgaan van de vis, daarna ook voor: vleugel en dan voor: ledematen, lichaam. Het Engelse fin betekent: hand. Tip me your fin is: geef me de vijf. Bekend is de zegswijz...

Lees verder
1974
2021-04-17
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

vin

orgaan bij vissen, zorgt voor stabiliteit, stilstaan in het water, remmen en keren.

1973
2021-04-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

vin

v./m. (-nen), 1. (dierkunde) gewoonlijk vliezig, plat aanhangsel van het lichaam en de staartsteel bij vissen, in dienst van de voortbeweging, stabilisatie van de lichaamshouding, de tastzin en soms de voortplanting; ook bij waterbewonende zoogdieren en sommige andere waterdieren (b.v. pijlwormen, vinpootsalamander) (e); geen — verroeren, in...

Lees verder
1964
2021-04-17
voornamen

Voornamenboek

Vin

m -> Vincent (Eng.).

1955
2021-04-17
vreemd

Vreemde woordenboek

Vin

(Barg.) barst

1954
2021-04-17
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Vin

een voor een aantal (huid) afwijkingen gebruikte volksbenaming; zie onder andere blaasworm (cysticercus) en steenpuist (bloedvin, furunkel).

1952
2021-04-17
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Vin

s., fin.

1950
2021-04-17
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Vin

v. (-nen), 1. karakteristiek orgaan der vissen, ten dele te vergelijken met de ledematen van andere gewervelde dieren en onderscheiden in gepaarde en ongepaarde ; in hoofdzaak dienen de ongepaarde om de stand van het lichaam in het water en de richting der beweging te bepalen, de gepaarde zijn vooral bewegingsorganen : de vinnen zijn soms contra...

Lees verder
1949
2021-04-17
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

vin

barst. Een vin in een ruit zetten, een barst erin maken.

1933
2021-04-17
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Vin

➝ Vinnen.

1898
2021-04-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VIN

VIN - v. (-nen), bewegingsorgaan der visschen, tusschen de vinstraien uitgespannen huid; (fig.) de vinnen verroeren, zich bewegen; ik kan geene vin verroeren, ik kan mij niet bewegen; de wind steekt de vinnen op, verheft zich, wordt sterker; — ijzeren haak in de kneedmachine eener broodfabriek; — roode puntige puist aan ’t lichaa...

Lees verder