Wat is de betekenis van vestigen?

2019
2020-11-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

vestigen

vestigen - Werkwoord 1. stichten, beginnen, oprichten Een kantoor vestigen. 2. richten. De aandacht vestigen. 3. (refl) zich ~ (van personen): er gaan wonen Zij vestigden zich bij de grootouders....

Lees verder
2018
2020-11-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

vestigen

vestigen - regelmatig werkwoord uitspraak: ves-ti-gen 1. een praktijk beginnen ♢ hij heeft zich als arts gevestigd 2. erop richten ♢ alle ogen waren op mij gevestigd ...

Lees verder
1973
2020-11-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

vestigen

(vestigde, heeft gevestigd), gronden, bouwen: zijn hoop op iemand stichten: een leerstoel —; nederzetten: zijn verblijf ergens —, er gaan wonen; zich ergens —; m.n. ergens een zelfstandig beroep gaan uitoefenen: zich als arts, als advocaat —; vastleggen: een hypotheek — (op); richten: de aandacht op iets —; alle...

Lees verder
1898
2020-11-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

VESTIGEN

VESTIGEN - (vestigde, heeft gevestigd), gronden, bouwen : zijne hoop op God vestigen; zijne hoop op iets vestigen; een huis op pilaren vestigen; oprichten, inrichten : deze zaak is in 1860 gevestigd, — vaststellen : eene rente op iemands hoofd vestigen, lijfrente op iem. nemen; — richten: de oogen vestigen op', de aandacht op iets...

Lees verder