Verklaren
(verklaarde, is en heeft verklaard), I. onoverg. (niet alg.), 1. klaar, helder worden: het bier begint te verklaren ; 2. opklaren, helder(der) worden : toen zij hem zag, verklaarde haar gezicht', [een germ. is het in de zin van verheerlijken: hij was voor haar niet veranderd, hij was voor haar verklaard (Potgieter)]; I...