Wat is de betekenis van uitrekenen?

2019
2021-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

uitrekenen

uitrekenen - Werkwoord 1. (ov) door berekening iets bepalen Ik heb uitgerekend dat we ons volgend jaar een nieuwe auto kunnen veroorloven. Woordherkomst samenstelling van uit(bijwoord) en rekenen(werkwoord)

Lees verder
2018
2021-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

uitrekenen

uitrekenen - regelmatig werkwoord uitspraak: uit-re-ke-nen 1. iets aan de weet komen door te rekenen ♢ kun je uitrekenen hoeveel je van me krijgt? Regelmatig werkwoord: uit-re-ke-nen ik reken uit (... ik uitreken)...

Lees verder
1950
2021-01-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Uitrekenen

(rekende uit, heeft en is uitgerekend), 1. door rekenen vinden, bepalen, becijferen : reken eens even uit hoeveel dat per jaar is ; iets tot op een halve cent na uitrekenen; 2. (oneig.) narekenen, nagaan, vaststellen : dat kun je wel op je vingers uitrekenen; 3. ten einde rekenen.

Lees verder
1898
2021-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

UITREKENEN

UITREKENEN - (rekende uit, heeft uitgerekend), berekenen, becijferen: de som is uitgerekend; iets tot op een halven cent na uitrekenen, zeer nauwkeurig; — narekenen, nagaan, onderzoeken : dat kun je wel op je vingers uitrekenen; — ten einde rekenen : nu ben ik uitgerekend, heb ik geen geld meer te besteden; — (van eene zwangere...

Lees verder
1898
2021-01-27
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Uitrekenen

zie Berekenen.