Wat is de betekenis van twisten?

2019
2021-05-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

twisten

twisten - Werkwoord 1. (inerg) onenigheid hebben Het scheidende echtpaar twistte openbaar over het lot van hun kinderen, maar tot een publieke veldslag kwam het nooit. 2. (inerg) een heftige discussie voeren Zij twistten over de vraag hoe de bermen in Ned...

Lees verder
2018
2021-05-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

twisten

twisten - regelmatig werkwoord uitspraak: twis-ten 1. ergens ruzie over maken ♢ zij houden ervan om te twisten over politiek 1. daar valt niet over te twisten [verder discussiëren heeft geen zin]...

Lees verder
2002
2021-05-07
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

twisten

Twisten is: 1) (beeldend): bij het spinnen worden vezels in elkaar gedraaid m.b.v. een spintol of spinnewiel; er ontstaat een draad; zie ook twijnen; 2) (muziek): de twist dansen (1).

1993
2021-05-07
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Twisten

ruzie maken; disputeren; garens ineendraaien; dansen

1973
2021-05-07
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

twisten

1. (twistte, heeft getwist), twist hebben, onenig zijn, ruzie hebben, krakelen. 2. [<Eng.] (twistte, heeft getwist), a. (vezels) ineendraaien tot garens; b. de twist dansen,

Lees verder
1952
2021-05-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Twisten

v., tsiere, kreauwe, stride, teapje, hikhakje, deilje, deilis, oan ’e gong wêze; met iem. —, immen it hier útkjimme, it mei immen oan ’e stôk, yn ’t jern, yn ’t stek hawwe, spul mei immen hawwe; met elkaar —, inoar yn ’e kaem hingje, yn ’t hier sitte; hevig...

Lees verder
1950
2021-05-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Twisten

I. (twistte, heeft getwist), twist hebben, onenig zijn, ruzie hebben, krakelen, disputeren: over iets met iem. twisten; om iets twisten. II. (twistte, heeft getwist) (<Eng.),(vezels) ineendraaien tot garens.

Lees verder
1898
2021-05-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

TWISTEN

TWISTEN - (twistte, heeft getwist), oneenig zijn, ruzie hebben, krakeelen: over iets met iem. twisten.

1898
2021-05-07
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Twisten

zie Kibbelen.