Wat is de betekenis van tikker?

2020
2021-07-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

tikker

1) (19e eeuw) (inf.) hart. 'Hij heeft het aan zijn tikker.' Soms ook: geweten. Syn.: rikketik*. Vgl. Engels slang: 'ticker'. • Bout zei: ‘laten we hopen dat z'n ziel de goeie weg is ingeslagen, nu zijn tikkertje gestaakt heeft.' (Jan de Hartog: Hollands Glorie. 1940) • Maar het lichaam, Thea, het tikkertje, daar maak ik me bezorgd...

Lees verder
2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tikker

tikker - Zelfstandignaamwoord 1. de persoon die hem is bij het spel 'tikkertje' Heel ver in Zuid-Amerika leefde eens een reus. Hij heette Maakietoescha. Maar Maakietoescha was niet zo blij als de andere gewone mensen, want die waren natuurlijk bang voor de reus Maakietoescha. Hij (Maakietoescha dus) wilde s...

Lees verder
1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Tikker

m. (-s), 1. (Barg.) horloge; 2. (gew.) arreslee; 3. boorkever, doodsklopper (Anobium striatum): de tikker horen; 4. geweten: het tikkertje van binnen; 5. iem. die met de machine schrijft of zet.

Lees verder
1949
2021-07-27
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

Tikker

borrel; glaasje bier.

1948
2021-07-27
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

tikker

m. telegraaftoestel, dat in verbinding staat met andere toestellen, welke op verschillende plaatsen zijn opgesteld en waar de telegrammen onmiddellljk in gewone letters o. e. papieren band (tape) worden afgedrukt.

1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tikker

Tikker - m. (-s), die tikt; — (gew.) arreslee. TIKSTER, v. (-s). TIKKERTJE, o. (-s), boorkever; (fig.) het geweten : het tikkertje van binnen; — een klein tikkertje nemen, een glaasje sterken drank.

Lees verder