Wat is de betekenis van terecht?

2022
2022-09-29
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

terecht

(1989) (stud.) gepast, volgens voorschrift, in orde. Vgl. onterecht*. • Goed in het pak, een terechte das... (Kees van der Pijl: Esprit de Corps. 1989)

Lees verder
2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

terecht

terecht - Bijvoeglijk naamwoord 1. gegrond op een juist oordeel, dat wat het goede is Het was een heel terechte opmerking. terecht - Bijwoord 1. teruggevonden. Gelukkig is mijn telefoon weer terecht. 2. op terechte wijze ...

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

terecht

terecht - bijvoeglijk naamwoord, bijwoord uitspraak: te-recht 1. waar een goede reden voor is ♢ deze straf is terecht, want je was erg stout 1. teruggevonden ♢ het verdwaalde kind is weer terec...

Lees verder
2017
2022-09-29
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Terecht

Terecht - gepast, volgens voorschrift, in orde. Vgl. onterecht. Goed in het pak, een terechte das en dan geen abstract gelul over verantwoordelijkheid. - Kees van der Pijl, Esprit de Corps (1989) ​

Lees verder
1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Terecht

I. bw., 1. op de goede, juiste plaats: ben ik hier terecht ?; 2. gevonden, teruggevonden: haar horloge is terecht ; 3. op de rechte of juiste manier, zoals het moet; 4. met recht: terecht beweert hij dat het vonnis onrechtvaardig is; II bn., met recht: een terechte opmerking.

Lees verder
1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Terecht

adv.; (van plaats), toplak, tolanne; (in orde), torjochte, yn oarder, foarinoar; (met recht), mei rjocht en reden.

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Terecht

bw., 1. op de goede, juiste plaats: ben ik hier terecht bij Dr. AJ; 2. gevonden, teruggevonden: haar gouden horloge is gelukkig terecht; 3. op de rechte of juiste manier, in de rechte of goede toestand, in orde, behoorlijk, zoals het moet: wees nu kalm, alles is terecht; 4. met recht, met reden, met juistheid: terecht be...

Lees verder
1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

terecht

bw.: dit bijw. vormt scheidbaar samengest. w.w. met o.a. de bet. van a) in orde, op de rechte plaats, b) voor het gerecht; de leden van onbep. wijs en volt. deelw. worden aaneengeschreven, b.v. terechtbrengen, ik heb terechtgebracht enz.

1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

terecht

bw. op de rechte plaats, in orde: alles komt -. Opm. Terecht vormt met werkwoorden scheidbare samenstellingen: terechtschikken, schikte terecht, heeft terechtgeschikt.

Lees verder
1898
2022-09-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Terecht

Terecht - bw. op de goede, juiste plaats: ben ik hier terecht ?; het boek is terecht, gevonden.