Wat is de betekenis van stoornis?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

stoornis

stoornis - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) afwezigheid of afwijking van een functie die tot de normale menselijke ontwikkeling behoort 2. (psychologie) een psychische aandoening waardoor de normale gang van zaken wordt bemoeilijkt Een bipolaire stoornis is een ziekte van de hersenen waardoor mensen...

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

stoornis

stoornis - zelfstandig naamwoord uitspraak: stoor-nis 1. iets wat stoort of gestoord is ♢ er is een stoornis geweest in de communicatie 1. een spraakstoornis [niet goed kunnen praten] ...

Lees verder
2017
2021-05-08
Drs. Markus van Alphen

Auteur van het boek Inleiding in de counselling

Stoornis

een afwijkend gedragspatroon dat aanzienlijk lijden veroorzaakt, en de kans op ernstig letsel, de dood of vrijheidsverlies aanzienlijk verhoogt (Slot & Spanjaard, 1999).

2014
2021-05-08
Diagnostische vaardigheden voor psychosociale hulpverleners

Markus van Alphen

Stoornis

Stoornis - een afwijkend gedragspatroon dat aanzienlijk lijden veroorzaakt, of de kans op ernstig letsel, de dood of vrijheidsverlies aanzienlijk verhoogt (Slot & Spanjaard, 1999).

1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

stoornis

v. (-sen), hinder, beletsel: veroorzaken; in samenst. ter aanduiding van lichamelijke gebreken: spraakstoornis.

1952
2021-05-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Stoornis

s., (for)steuring, hinder (it), lêst (it).

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

STOORNIS

v. (-sen), 1. (w. g.) de handeling van storen, verstoring : geen stoornis dulden ; 2. toestand of gebeurtenis die stoort; toestand van gestoordheid: stoornis brengen, veroorzaken; alles liep zonder stoornis af.

Lees verder
1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Stoornis

Stoornis - v. (-sen), storing, hinder; verwarring : stoornis brengen, veroorzaken; alles liep zonder stoornis af.

1898
2021-05-08
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Stoornis

zie Afleiding.