Wat is de betekenis van stappen?

2024-07-21
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-07-21
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

stappen

1) (1969) (euf.) uitgaan; kroegen bezoeken. Een 'stapper' is een kroegloper. • Als hij steelt doet hij het alleen bij de allerrijksten. Hij gaat „stappen” wanneer hij aan de gallemiezen ligt en niet eerder. (Hij gaat stelen als hij geen geld meer heeft). (Tubantia, 27/11/1969) • 'Hée, Lenny,' zei Chiel, 'ga je mee stap...

2024-07-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

stappen

stappen - Werkwoord 1. ergatief een stap doen Wij stapten op de trein. 2. een avondje uit gaan We zijn gisteren wezen stappen. stappen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stap Uitdrukkingen en gez...

2024-07-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

stappen

stappen - regelmatig werkwoord uitspraak: stap-pen 1. telkens je ene voet voor de andere zetten ♢ hij stapte door de deur naar buiten 1. eruit stappen [niet langer meedoen] ...

2024-07-21
Typisch Vlaams woordenboek

Ludo Permentier en Rik Schutz (2015)

stappen

lopen, wandelen Ja ja, om eens fris in te ademen moet je tegenwoordig al een heel end stappen. Een bos kom je op één twee drie niet meer tegen. (Herman Brusselmans, Kou van jou) Ik sloeg zijn arm van mij af. Zonder groeten stapte ik weg, de heuvel op. (Anne Provoost, Vallen) Belgisch-Nederlandse Standaard...

2024-07-21
Vloeken lexicon

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg (1997)

stappen

zie stront.

2024-07-21
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

stappen

Inz. van pers. in groepsverband: in ritmische pas gaan, marcheren; — in Vl.-België ook in toep., waar in de standaardt. lopen of gaan gebruikt wordt. Mevrouw de barones ... stapt vooraan, in het zwart zoals zij merendeels pleegt, TEIRLINCK 1952, 1, 38. Dat bedevaarders te voet en per fiets langs beide kanten van de weg in...

2024-07-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Stappen

v., stappe, s t o e p (s t a p t e), s t a p t; trêdzje, traepje; (met kleine stapjes), trapkje, trip(k)je, trippelje; met slijkerige voeten —, peadz(g)je, peats(k)je, peaskje, peazgje, peat(t)erje; nergens overheen kunnen —, oer gjin strie hinne komme kinne.

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-07-21
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)