STANDVASTIG
bn. bw. (-er, -st), 1. vast van geest, gelijkmatig in geluk en tegenslag : standvastig is gebleven mijn hart in tegenspoed; 2. volhardend: hij is nogal standvastig; iets standvastig weigeren; 3. (van eigenschappen of gevoelens) gelijk blijvend, niet verminderend, of verzwakkend: haar standvastige onwil; standvastige...