Wat is de betekenis van sneuvelen?

2020
2022-07-02
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

sneuvelen

(1900) (Ned-Indië, sold.) in slaap vallen vanwege teveel drank. • Sneuvelen, door jenever bevangen in slaap vallen. 1900. (J.J.M. van Dam: 'Jantje Kaas en zijn jongens,' Tijdschrift voor Indische Taal-, Land- en Volkenkunde, 1942-1948)

Lees verder
2018
2022-07-02
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

sneuvelen

sneuvelen - regelmatig werkwoord uitspraak: sneu-ve-len 1. in scherven of stukken vallen ♢ er is een bord gesneuveld bij de afwas 2. om het leven komen ♢ in de oorlog in Irak zijn al duizenden s...

Lees verder
2017
2022-07-02
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Sneuvelen

Sneuvelen - niet slagen voor een examen.

2004
2022-07-02
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

sneuvelen

Ooit een eufemisme voor sterven, omkomen (tijdens een gevecht). De oorspronkelijke betekenis is immers ‘vallen, struikelen’. ‘Een wegh, om licht te sneuvelen...’ lezen we nog bij Vondel. Bij Hooft vinden we de betekenis ‘het leven verliezen’ terug: ‘Het jaar, waar in Don Karei gesneevelt is.’ Militairen gebruiken doorgaans het eufemisme blijven*: ‘...

Lees verder
1998
2022-07-02
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

sneuvelen

Van een contract: niet gemaakt worden.

1991
2022-07-02
Lesbotaal Lexicon (1991)

Lesbiaans : lexicon van de lesbotaal (1991). Geschreven door Kunst, Hanneke, en Xandra Schutte.

Sneuvelen

Sneuvelen - van (uitgesproken) heteroseksueel (uitgesproken) lesbisch worden. Ik had ook veel heterovrouwen [...], die kwamen dan samen met de buurvrouw bij mij binnen om te loeren. Nou, ik heb een hoop vrouwen zo zien sneuvelen. Sommigen die getrouwd waren, gingen scheiden en met een vriendin leven. (Sek, 1987 nr.i).

Lees verder
1980
2022-07-02
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Sneuvelen

Er zijn in het Nederlands vele werkwoorden die uitgaan op -elen en op -eren en die oorspronkelijk bete-kenden dat de werking door een verwant werkwoord genoemd, herhaaldelijk voorkwam. Zo is wiegelen: herhaaldelijk wiegen, schuifelen is: herhaaldelijk schuiven en bibberen: herhaaldelijk beven. Soms is echter dat karakter van herhaaldelijk iets doen...

Lees verder
1952
2022-07-02
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Sneuvelen

v., sneuvelje, falle, (yn ’e slach) bliuwe.

1950
2022-07-02
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

SNEUVELEN

(sneuvelde, is gesneuveld), 1. (in ’t alg.,, veroud.) omkomen, sterven ; — (thans nog) (jag.) het haas sneuvelt, sterft; 2. (thans, in ’t bijz.) in een gevecht, in de oorlog omkomen: er sneuvelden 5000 soldaten; hij sneuvelde bij de Grebbeberg; — (scherts.) bij een examen zakken ; 3. (scherts.) breken, kapotgaan: daar sneu...

Lees verder
1937
2022-07-02
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

sneuvelen

sneuvelde, i. gesneuveld (vallen, in de strijd of op ‘t slagveld blijven).

1898
2022-07-02
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SNEUVELEN

SNEUVELEN - (sneuvelde, is gesneuveld), in een gevecht, een veldslag omkomen : in den krijg sneuvelen; er sneuvelden 5000 soldaten; — (jag.) het haas sneuvelt, sterft.

Lees verder
1898
2022-07-02
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Sneuvelen

zie Sterven.