Wat is de betekenis van schoorsteen?

2020
2021-08-03
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

schoorsteen

Het begrip schoorsteen heeft 2 verschillende betekenissen: 1) bouwwerk voor rookafvoer. hoog en smal bouwwerk dat dient als kanaal om verbrandingsgassen, meestal uit een huis of een fabriek, in de lucht te laten ontsnappen. 2) schouw. bouwwerk binnenshuis dat bestaat uit een mantel rondom een open haard of een andere opening in de sc...

Lees verder
2020
2021-08-03
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

schoorsteen

(1963) (sch.) vrouwelijk geslachtsorgaan. ‘De schoorsteen vegen’: coïteren. • Zo kwam ik bij Brigitte aan Ik zag haar in bikini staan Ik zei: Goeiemiddag, juffrouw Bardot Is-ter hier nog iets wat ik vegen mot? Hup! zei m’n simmetje, daar gaat-ie weer Door de schoorsteen op en neer! (Dikke Leo: De schoorsteenveger. 1...

Lees verder
2018
2021-08-03
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

schoorsteen

schoorsteen - zelfstandig naamwoord uitspraak: schoor-steen 1. gemetselde buis waar rook van de kachel door wordt afgevoerd ♢ een schoorsteen moet regelmatig worden schoongemaakt Zelfstandig naamwoord: schoor-steen d...

Lees verder
2017
2021-08-03
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Schoorsteen

Schoorsteen - vrouwelijk geslachtsdeel. Destijds was er een studentenlied met volgende zinsnede: Ik ben schoorsteenveger van mijn vak.

2012
2021-08-03
Nick Felix

Stagiair bij KRO Brandpunt

Schoorsteen

Een schoorsteen is een buis, meestal gemaakt van steen, waardoor rook wordt afgevoerd. Het woord is afgeleid van het oude woord schoor, wat een gemetselde ondersteuning was. Deze ondersteuning was in dit geval bedoeld voor een rookkanaal. Vroeger werd vuur open in het midden van het huis gestookt. Pas in de zeventiende eeuw kwam men met een eerste...

Lees verder
1977
2021-08-03
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

schoorsteen

schoorsteen - vrouwelijk geslachtsdeel. Ook vermeld door ENDT (vgl. de liedtekst: Hup zei m’n siemetje daar gaat-ie weer, door de schoorsteen op en neer (J. Hoes) [± 1960].

Lees verder
1973
2021-08-03
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

schoorsteen

[eig. schorende steen], m. (-stenen), 1. rookkanaal boven een stookplaats om de voor de verbranding nodige luchttrek te krijgen en voor het afvoeren van de rook (e): de – trekt niet goed; m.n. het onderste gedeelte, soms met inbegrip van de stookplaats: in deze kamer is geen –; de – vegen, roet eruit halen: de – rookt, geeft...

Lees verder
1952
2021-08-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Schoorsteen

s., skoarstien, pl. s k o a r s t i e n s; — waarin spek gerookt kan worden, spekskoarstien, -rikker.

1950
2021-08-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Schoorsteen

m. (...stenen), 1. oorspronkelijk: steen die de rookvang schoort, steunt; zet het onder de schoorsteen, in de haardstede, op de plaat; 2. gemetseld rookkanaal boven een stookplaats, dienende om de voor de verbranding nodige luchttrek te krijgen en tot doorlating en uitleiding van rook: de schoorsteen trekt niet goed; er ontstond brand in...

Lees verder
1949
2021-08-03
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Schoorsteen

bouwkundige constructie, voor het afvoeren van verbrandingsgassen (rook); kamerschoorsteen bestaat uit boezem en stoel, bekleed met schoorsteenmantel; in de stoel een nisbus voor aansluiting met kachelpijp.

1933
2021-08-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Schoorsteen

De s. bestaat bij woonhuizen gewoonlijk uit meerdere naast elkaar gemetselde kanalen, voor elke verdieping een rookkanaal en een gemeenschappelijk ventilatiekanaal; voor den trek en tegen inregenen wordt een s. afgedekt met zgn. schoorsteenpotten van zink of aardewerk. Bij fabrieksschoorsteenen is de hoogte bepaald door de vereischte trekkracht, vo...

Lees verder
1921
2021-08-03
Levende taal

T. Pluim - 1921

Schoorsteen

letterlijk: stooksteen; oorspr. de steen, waarop bij onze verre voorouders in huis gestookt werd. Het woord schoren is verwant met het Hoogd schuren = (het vuur) opstoken.

1919
2021-08-03
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Schoorsteen

eig. een steen, die schoort, steun geeft; de benaming zal waarschijnlijk eerst voor een gedeelte (nml. dat in de kamer is) van wat wij nu daaronder verstaan, gebruikt zijn, en wel het waarschnlijkst nog speciaal van de zijwanden, die den rookvanger in de hoogte schoorden; een metselaar of timmerman spreekt, van een derg. ondersteunen van een hangen...

Lees verder
1898
2021-08-03
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

SCHOORSTEEN

SCHOORSTEEN - m. (-en), oorspronkelijk een gemetselde haard, waarop het vuur werd gestookt: de haard van den schoorsteen; — (thans) langwerpig ronde of vierkante, hooge pijp om den voor de verbranding noodigen luchttrek te krijgen en tot doorlating en uitleiding van rook: hooge schoorsteenen van fabrieken; de schoorsteen eener locomotief; er...

Lees verder
1870
2021-08-03
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Schoorsteen

Een schoorsteen is een kanaal of buis tot afvoer van verbrandingsproducten en tot bevordering van de luchttrekking. De door het vuur verwarmde en van zuurstof beroofde lucht is soortelijk ligter dan de omringende lucht en stijgt derhalve omhoog, terwijl hare plaats door frissche lucht vervangen wordt, welke de verbranding onderhoudt. Wordt de verwa...

Lees verder