Wat is de betekenis van safari?

2020
2021-07-28
Neologismen

Instituut voor de Nederlandse taal

safari

vaak als min of meer avontuurlijk beschouwde reis of excursie door een bepaald gebied zonder dat de nadruk ligt op het plaatselijk wild of de natuur Nog op zoek naar een origineel cadeau of een uitstap tijdens de vakantie? Ga op safari in Charleroi, de lelijkste stad ter wereld. http://www.bright.nl/stadssafari-de-lelijkste-stad-ter-wereld,...

Lees verder
2020
2021-07-28
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

safari

Het begrip safari heeft 3 verschillende betekenissen: 1) reis of excursie om tropisch wild te zien. georganiseerde reis of excursie in Afrika om het plaatselijke wild te zien in zijn natuurlijke omgeving; reis of excursie om tropisch wild te zien. 2) reis of excursie om plaatselijk wild te zien. reis of excursie buiten de tropen om h...

Lees verder
2018
2021-07-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

safari

safari - zelfstandig naamwoord uitspraak: sa-fa-ri 1. tocht door een gebied waar wilde dieren leven ♢ Kees ging in Afrika op safari Zelfstandig naamwoord: sa-fa-ri de safari de safari's...

Lees verder
2017
2021-07-28
Politie

Jargon & Slang van Politieagenten en rechercheurs

Safari

Safari - op safari gaan: relletjes bestrijden (Amsterdam). Sinds 1967 wordt geoefend op beheersing van geweld. Men probeert zoveel mogelijk te vermijden dat de politie er met de platte pet tegenaan gaat en zomaar in het wilde weg op iedereen begint in te slaan. De opleiding binnen het Utrechtse korps staat voor velen model, want het incasseringsver...

Lees verder
1994
2021-07-28
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Safari

[Swahili-woord, van Arab. safar = tocht, reis] expeditie in tropisch land om op groot wild te jagen, tegenwoordig vnl. om het te observeren, te fotograferen of te filmen.

1993
2021-07-28
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Safari

jachtexpeditie

1981
2021-07-28
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

safari

in Zuid- en Oost-Afrika een karavaantocht met dragers. „Heia safari!” betekent „voorwaarts, karavaan!”, speciaal gezegd van de typische Afrikaanse jachtexpedities op groot wild.

1973
2021-07-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

safari

[Swahili, ➝Arab. safara, trekken, reizen], v./m. (-’s), 1. jachtreis, karavaantocht; jachtexpeditie op groot wild, m.n. in Afrika: op — gaan, zijn; 2. zwerftocht om te filmen, dieren en planten in hun eigen omgeving waar te nemen enz.

Lees verder