Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

Gepubliceerd op 14-11-2017

2017-11-14

safari

betekenis & definitie

safari - zelfstandig naamwoord
uitspraak: sa-fa-ri

1. tocht door een gebied waar wilde dieren leven
♢ Kees ging in Afrika op safari

Zelfstandig naamwoord: sa-fa-ri
de safari
de safari's