Wat is de betekenis van Reciprook?

1949
2021-04-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Reciprook

(wisk.), het omgekeerde. Voorb.: de reciproke waarde van 3 is ⅓.

1939
2021-04-16
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Reciprook

(< Fr. réciproque; < Lat. reciprocus; < reco-proco = voor- en achteruit; < re = terug; pro = voor). Lett. Op denzelfden weg terugkerend. Math.1) Omgekeerd; b.v. reciproke waarde, reciproke stelling. 2) Poncelet (1788—1867) voerde den term polaires réciproques in voor twee krommen, die in een poolcorrelatie t.o.v. een...

Lees verder
1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Reciprook

1° (wisk.) De reciproke (of omgekeerde) waarde van een getal a is 1/a; van een Breuk a/b is het b/a. Voor r. transformatie, zie ➝ Correlatie. Een r. stelling is een duale stelling (➝ Dualiteit). R. poolfiguren zijn fig., die door een ➝ poolverwantschap aan elkaar worden toegevoegd.2° (Biologie) In het ➝ Mendelisme leert men, dat de kruising...

Lees verder
1916
2021-04-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Reciprook

Reciprook, - wederkeerig ; de reciproke waarde van een getal is de omgekeerde waarde van dat getal, d. w. z. 1 gedeeld door het getal; bijv. 1/5 is de reciproke waarde van 5, 3/2 de reciproke waarde van 2/3.

Gerelateerde zoekopdrachten