Wat is de betekenis van Razend?

2018
2021-04-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

razend

razend - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ra-zend 1. heel erg ♢ we hebben het razend druk 1. in razend tempo [heel erg snel] 2. heel erg boos ...

Lees verder
1998
2021-04-19
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Razend

heb je de -e mot in het hoofd ben je niet goed wijs? Informele uitdr.

Lees verder
1973
2021-04-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

razend

bn. en bw. (-er, -st), 1. woedend, buiten zichzelf: vloog hij op van zijn stoel; zelfst.: zij vochten als razenden; 2. (van abstracta) wild, tomeloos, mateloos: een razende onrust grijpt hem aan; (van bewegingen) onstuimig voortjagend: een razende wedren; 3. krankzinnig: zij dacht dat hij werd; bw. uitdrukking: als — rukte hij zich de haren...

Lees verder
1952
2021-04-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Razend

adj., (pûr) razen (d), pûr, mâl, dûm, springend, divels, duvels.

1950
2021-04-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Razend

bn. bw. (-er, -st), 1. (van personen) wild, buiten zichzelf: razend van benauwing vloog hij op van zijn stoel; zij vochten als razenden ; 2. (van abstracta) zich voordoend op een wijze die alle perken te buiten gaat, wild, tomeloos, mateloos : in zijn razende gejaagdheid liep hij steeds maar verder; een razende onrust grijpt hem aan; — (van...

Lees verder
1898
2021-04-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Razend

Razend - bn. bw. (-er, -st), woedend, dol, in de hoogste mate krankzinnig; — buiten zichzelven (van pijn, toorn enz.); — hevig: hij heeft razend pijn, razenden honger; — hij is razend verliefd, in hooge mate; — dat heeft razend veel geld gekost, verbazend veel.

Lees verder
1898
2021-04-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Razend

zie Dol.