Wat is de betekenis van punt?

2026-01-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Punt

I. PUNT o. (v. in bet. 2, 3, 5.) (-en), 1. stip, spikkel: sterren schijnen ons lichtende punten toe; naar punten laten tekenen; 2. v., leesteken ; — teken in de vorm van een stip aan het slot van een volzin, om aan te geven dat hij ten einde is en men bij het lezen de stem moet laten dalen: een punt te veel en een komma te weinig;...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

punt

1) (1914) (sold.) adjudant-onderofficier. Naar de zilveren of gouden punt of stip op zijn kraag. Vermeld door Van Ginneken. • (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur der Nederlandsche taal. 1914) 2) (1906) (Barg.) bochel. • Punt: bochel. (Köster Henke: De boeventaal. 19...