Wat is de betekenis van punt?

2023-09-26
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2023)

punt

1) (1914) (sold.) adjudant-onderofficier. Naar de zilveren of gouden punt of stip op zijn kraag. Vermeld door Van Ginneken. • (Jac. van Ginneken: Handboek der Nederlandsche taal. Deel II. De sociologische structuur der Nederlandsche taal. 1914) 2) (1906) (Barg.) bochel. • Punt: bochel. (Köster Henke: De boeventaal. 19...

2023-09-26
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

punt

punt - zelfstandig naamwoord 1. bepaalde ruimte of punt in de ruimte ♢ dat huis ligt op een mooi punt 2. scherp uiteinde ♢ er zit een punt aan dit potlood 1. op het puntje van zi...

Direct toegang tot alle 20 resultaten over punt?

Word nu vriend van Ensie
2023-09-26
Woordenboek van het Kadaster

Kadaster (2017)

Punt

Een punt is een geïdealiseerde voorstelling van een terreinelement waarvan de ligging in een coördinatenstelsel met één coördinatenpaar beschreven kan worden.

2023-09-26
Jargon & Slang van Journalisten en zetters

Marc De Coster (2017)

Punt

Punt - in het twaalftallig typografisch maatsysteem de eenheid waarin de cicero (didotpunt) of pica (picapunt) is opgedeeld. Vooral gebruikt om het corps van de letters en de interlinies aan te geven. Dit boek is gedrukt in een 9½-punts letter met interlinie II, kortom: 9½ op II (9½/n).

2023-09-26
Financieel woordenboek

Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

punt

punt - Ander woord voor basispunt of pip. Wordt ook gebruikt om Ierse munt, de punt, mee aan te geven ter onderscheiding van het Britse pond.

2023-09-26
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

punt

- een goed/slecht punt krijgen een goede, slechte beoordeling krijgen op school. - zich op zijn punt houden, voet bij stuk houden. - op puntstellen/zetten, een machine instellen, afstellen of een kwestie afhandelen, regelen of een plan uitwerken, een dossier bijwerken. Over de kweekbiologie van tong was echter we...

2023-09-26
Lexicon voor de kunstvakken

Wouter van Boesschoten, Wieneke van Breukelen, Ton Konings m.m.v Henriette Coppens, Eefje Lonis, Jos van Waterschoot & Simon Wienke (2002)

punt

Een punt is een stip.

2023-09-26
Internet woordenboek

Ensie (2001)

punt

zie dot.

2023-09-26
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Punt

(typ.) eenheid waarin de hoogte van drukletters en interlinies en de breedte van spaties tussen de woorden wordt uitgedrukt, nl. ⅜ mm (bijv.: een 6-puntsletter; een lettertype van 6 punten hoog e.d.).

2023-09-26
Woordenboek Nederlandse termen van Bibliotheek en documentaire informatie

dr. P.J. van Swigchem en E.J. Slot (1990)

punt

typografische maateenheid volgens het Didot-stelsel (1 didotpunt = ‘1,2 cicero) of het pica-stelsel (1 picapunt = 11,2 pica).

2023-09-26
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

punt

1. Cijfer (op het rapport); - een goed, slecht punt krijgen, verdienen e.d., goedkeuring, pluimpje of afkeuring; een goede of slechte aantekening. 2. In de verb. op punt stellen, zetten (naar fr. mettre au point), m. betr. t. toestellen, machines enz.: (scherp) (in)stellen, afstellen, bijstellen, bedrijfsklaar maken enz.; (een...

2023-09-26
Lexicon Beeldende Kunstenaars

Pieter Scheen (1980)

Punt

Jan; geb. Amsterdam 2 april 1711, overl. Amsterdam 18 december 1779. Werd in 1765 lid van het St. Lucasgilde aldaar. Leerling van A. van der Laan (etsen) en van J. de Wit (tekenen en schilderen). Toneelspeler en kunstverkoper, tevens tekenaar, etser en vooral graveur (boekprenten). Medewerker van C. F. Fritzsch. Gaf les aan D. Bogerts, M. Corver,...

2023-09-26
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans (1977)

punt

punt - 1°. Mann. geslachtsdeel (vgl. voor de reeks ‘spits toelopend, langwerpig voorwerp’ o.a. paal, pen, ram). Zie een citaat onder mond.2°. Tepel. Schuchter, maar al gauw begerig, betastte ze de roze, weerspannige puntjes van haar dubbelgangster ... Des te harder ze kneep en kneedde, des te zinderender werd het gevoel in haar...

2023-09-26
Muziekencyclopedie

S. van Ameringen (1962)

punt

1. achter de noot: verlengt die noot met de helft van zijn waarde; 2. boven of onder noot: staccato-speelwijze.

2023-09-26
Kunstgeschiedenis

Amsterdam Boek (1959)

Punt

Land aan de kust van Somalië, dat myrrhe en wierook leverde, zie Egypte – nieuwe rijk – reliëf.

2023-09-26
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Punt

1. s.; (uiteinde), punt, oerd (it), oerde; (tip), tip(pe); (leesteken), punt; in de -jes kennen, op in prik(je), op ’e prik kenne; alles in de -jes in orde hebben, it der foar top bystean hawwe. 2. s.n., punt (it); het gevoelige —, de toarnangel; hetin kwestie behandele...

2023-09-26
Woordenboek Engels (EN-NL)

Dr. F.P.H. van Wely (1951)

punt

I. 1. platboomde rivierschuit; 2. voortbomen; 3. op de rivier met de punt tochtjes maken. II. 1. pointeren, tegen de bankhouder spelen; wedden; kleine sommetjes wagen; 2. ponto [bij faro]; 3. speler tegen de bankhouder. III. 1. opgooischop; 2. [de voetbal] uit de lucht vallend trappen.

2023-09-26
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Punt

I. PUNT o. (v. in bet. 2, 3, 5.) (-en), 1. stip, spikkel: sterren schijnen ons lichtende punten toe; naar punten laten tekenen; 2. v., leesteken ; — teken in de vorm van een stip aan het slot van een volzin, om aan te geven dat hij ten einde is en men bij het lezen de stem moet laten dalen: een punt te veel en een komma te weinig;...

2023-09-26
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Punt

(meetk.), het gemeenschappelijke van twee elkaar snijdende lijnen, ook: het uiteinde van een lijn. Een punt is een dimensieloze grootheid. In de moderne meetkunde geeft men geen definitie van het begrip punt.

2023-09-26
Boevenjargon

Professor Henry Roskam (1949)

punt

bochel.